ECLI:NL:PHR:2017:538
Parket bij de Hoge Raad · 16-05-2017 · zaaknummer 15/05476
Inhoudsindicatie
Medeplichtigheid aan afpersing in vereniging. Ripdeal waarbij medeverdachten d.m.v. bedreiging met een vuurwapen een ander 916 gram cocaïne afhandig hebben gemaakt, terwijl verdachte het plan had de cocaïne m.b.v. vals geld te bemachtigen. Voldoende verband gronddelict en misdrijf waarop opzet van de medeplichtige was gericht? HR herhaalt ECLI:NL:HR:2011:BO4471 m.b.t. opzet medeplichtige. Het Hof heeft vastgesteld dat het opzet van verdachte slechts was gericht "op het leveren van hulp aan A en B om met vals geld een aanzienlijke hoeveelheid cocaïne te verwerven", doch heeft geoordeeld dat dit misdrijf verband hield met de afpersing. In aanmerking genomen wat uit ’s Hofs vaststellingen volgt over de aard van de gedraging van verdachte (valse bankbiljetten aan A geven om daarmee een partij cocaïne te verwerven) en van het gronddelict (afpersing), is ’s Hofs oordeel dat het misdrijf waarop het opzet van verdachte was gericht voldoende verband houdt met de afpersing, niet z.m. begrijpelijk. Daaraan doet niet af hetgeen het Hof heeft overwogen over de overige omstandigheden van het geval (kort gezegd: een illegaal en risicovol gebeuren in het criminele milieu m.b.t. een waardevol goed). CAG: anders.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
