Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2017:201

Parket bij de Hoge Raad · 07-03-2017 · zaaknummer 16/05026

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 30-03-2017
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Deze zaak gaat over de vraag of de bedragen betaald op een renteswap aftrekbaar zijn als kosten van een eigen woning. Feiten: De belanghebbende heeft tot herfinanciering van zijn eigen woning in twee delen hypothecair van een bank geleend tegen een variabele rente (3-maands Euribor) plus een opslag ad 0,5% per jaar. Tot afdekking van het rentestijgingsrisico is hij daarnaast met de bank twee renteswaps overeengekomen (vaste rente tegen diezelfde variabele Euribor), waardoor hij per saldo een vaste rente ad circa 4,8% (plus de opslag) betaalt. Geschil: is de rente die de belanghebbende op de swaps betaalt aftrekbaar als kosten met betrekking tot de eigen woning in de zin van art. 3.120(1)(a) Wet IB 2001? De Rechtbank Den Haag meende dat swaps financiële risico’s afdekken en de betalingen erop niet strekken tot vergoeding voor het lenen van geld. Zij achtte belanghebbendes swapbetalingen niet rechtstreeks verbonden met het opnemen, verlengen of aflossen van een eigen-woningschuld ex art. 3.120(1) Wet IB 2001. Zij heeft belanghebbendes beroepen ongegrond verklaard. Het Hof Den Haag heeft de leningen en de swaps in onderling verband en samenhang bezien omdat zulks strookt met zowel de bedoeling van de partijen bij de overeenkomsten als de wijze waarop zij daaraan feitelijk uitvoering hebben gegeven. De swaps bewerkstelligen volgens het Hof dat de belanghebbende op de geldleningen een vaste rente betaalt die aangemerkt kan worden als “rente van schulden, kosten van geldleningen daaronder begrepen, die behoren tot de eigen woningschuld” ex art. 3.120(1)(a) Wet IB 2001. Het Hof heeft belanghebbendes hoger beroep gegrond verklaard. De Staatssecretaris acht art. 3.120(1)(a) Wet IB 2001 en/of art. 8:77 Awb geschonden omdat renteswaps zelfstandige vermogensbestanddelen zijn en de betalingen erop geen kosten van een eigenwoninglening zijn nu zij niet rechtstreeks voortvloeien uit het opnemen, verlengen of aflossen van een eigenwoningschuld. Het Hof motiveert althans onvoldoende dat van dergelijk rechtstreeks voortvloeien sprake zou zijn. Zouden de kosten wel rechtstreeks voortvloeien uit de leningsovereenkomsten, dan acht de Staatssecretaris onbegrijpelijk dat het Hof alleen de betalingen op de swaps in aanmerking heeft genomen en niet de uit diezelfde overeenkomst ontvangen vergoedingen. A-G Wattel meent dat als tussen de renteswap en de geldlening een zodanige samenhang bestaat dat zij economisch als één geheel kunnen worden beschouwd en het ook de bedoeling van de contractanten was om met de swap een vaste rente op de eigenwoninglening te bewerkstelligen, er geen aanleiding bestaat om die per saldo verschuldigde vaste rente fiscaal anders te behandelen dan de vaste rente op een gewone eigenwoninglening met rentevastperiode. Op basis van de jurisprudentie ziet hij niet in waarom een juridisch omslachtige vormgeving die slechts verklaard wordt door de margewensen van de aanbiedende bank tot een fiscaal ander resultaat zou moeten leiden als de bedoeling van de partijen is om hetzelfde effect te bereiken als een lening tegen een vaste rente en dat ook het materiële effect van die vormgeving is. ’s Hofs oordeel berust naar de opvatting van de AG dus niet op een onjuiste rechtsopvatting. ’s Hofs uitleg van de contracten en zijn vaststelling van de bedoeling van de partijen is onttrokken aan de beoordeling van de cassatierechter. De AG acht ’s Hofs oordeel op dat punt niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd en daarmee in cassatie onaantastbaar. Met zijn klacht over onbegrijpelijkheid van niet-salderen lijkt de Staatssecretaris er van uit te gaan dat het Hof de door de belanghebbende op de swaps ontvangen variabele rente niet heeft afgetrokken van de door hem aan de bank betaalde vaste rente. Daarvoor ziet de AG echter geen feitelijke grondslag. Per saldo heeft de belanghebbende alleen de daadwerkelijk door hem betaalde vaste rente afgetrokken. Conclusie: Het cassatieberoep is ongegrond.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.