ECLI:NL:PHR:2017:1549
Parket bij de Hoge Raad · 28-11-2017 · zaaknummer 16/06130
Inhoudsindicatie
Medeplegen voorbereidingshandelingen invoer cocaïne, art. 10a Opiumwet. Strafmotivering. Moet bij strafoplegging ex art. 63 Sr rekening worden gehouden met eerdere Deense veroordeling, die o.b.v. Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties in Nederland ten uitvoer wordt gelegd? Het staat de rechter vrij een eerdere, in een andere lidstaat van de EU uitgesproken veroordeling bij de straftoemeting in aanmerking te nemen. Indien bij een buitenlandse rechterlijke beslissing aan verdachte straf is opgelegd, levert die strafoplegging niet een veroordeling op a.b.i. art. 63 Sr (vgl. ECLI:NL:HR:2009:BG9198). Art. 3 kaderbesluit nr. 2008/675/JBZ betreffende de wijze waarop bij een nieuwe strafrechtelijke procedure rekening wordt gehouden met veroordelingen in andere lidstaten van de EU noopt, mede o.g.v. de wetsgeschiedenis, niet tot een ander oordeel indien het een rechterlijke beslissing betreft die in een andere lidstaat van de EU is genomen. Ook de door het middel aangevoerde omstandigheid dat de aan verdachte in Denemarken opgelegde gevangenisstraf o.g.v. WETS grotendeels in Nederland ten uitvoer wordt gelegd, brengt niet met zich dat i.c. art. 63 Sr van toepassing is. Volgt verwerping.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
