ECLI:NL:PHR:2017:1540
Parket bij de Hoge Raad · 19-12-2017 · zaaknummer 16/00919
Inhoudsindicatie
Art. 197 Sr en Terugkeerrichtlijn. Hof heeft verdachte, die zich in vreemdelingenbewaring bevond, wegens verblijf in NL na ongewenstverklaring veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:BY3151 en ECLI:NL:HR:2015:1143 m.b.t. doorlopen stappen van de terugkeerprocedure i.g.v. oplegging onvoorwaardelijke gevangenisstraf. ’s Hofs oordeel dat de stappen van de terugkeerprocedure zijn doorlopen zodat een gevangenisstraf kon worden opgelegd, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat het Hof o.m. heeft vastgesteld dat verdachte iedere medewerking aan zijn terugkeer weigert, dat verdachte na zijn ongewenstverklaring diverse malen vergeefs aan ambassades van Marokko, Frankrijk en Algerije is gepresenteerd ter verkrijging van een reisdocument en dat op verdachte reeds verschillende malen vreemdelingenbewaring is toegepast. De enkele omstandigheid dat de maximale duur van de vreemdelingenbewaring waarin verdachte zich t.t.v. de uitspraak bevond nog niet was verstreken, leidt in de gegeven omstandigheden niet tot een ander oordeel. Volgt verwerping. CAG: anders.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
