ECLI:NL:PHR:2017:1527
Parket bij de Hoge Raad · 07-11-2017 · zaaknummer 16/04318
Inhoudsindicatie
Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Ontvankelijkheid OM in de vervolging. Gerechtvaardigd vertrouwen dat strafbeschikking en geen dagvaarding zou volgen? Bij constatering van het tlgd. is aan verdachte een zgn. ‘combibon’ uitgereikt waarop kennelijk per abuis 'aankondiging van beschikking' i.p.v. 'kennisgeving van bekeuring' is aangekruist. ’s Hofs oordeel dat die enkele omstandigheid bij verdachte niet het vertrouwen heeft gewekt dat aan hem een strafbeschikking zal worden aangeboden en dat hij niet zal worden gedagvaard, is - mede in aanmerking genomen dat namens verdachte in de kern is aangevoerd dat voor hem 'onduidelijk' was gebleven op welke wijze het geconstateerde feit zou worden afgedaan - niet onbegrijpelijk. ´s Hofs daarop gebaseerde oordeel dat het aangevoerde niet leidt tot niet-ontvankelijkverklaring OM in de vervolging, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. CAG: anders.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
