ECLI:NL:PHR:2017:144
Parket bij de Hoge Raad · 31-01-2017 · zaaknummer 15/00849
Inhoudsindicatie
Bedrieglijke bankbreuk, art. 343 (oud) Sr; als bestuurder van een gefailleerde rechtspersoon niet voeren van een deugdelijke administratie. Vervolg op ECLI:NL:HR:2010:BK4797 en ECLI:NL:HR:2014:54. Falende motiveringsklacht dat handelen ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2010:BI4691. Het Hof heeft uit de bewijsvoering (o.m. inhoudende dat verdachte in de bewezenverklaarde periode wist dat sprake was van een ondeugdelijke administratie binnen de rechtspersoon en dat een faillissement van die rechtspersoon dreigde, maar desondanks geen maatregelen heeft genomen om de administratie op orde te krijgen) kunnen afleiden dat verdachte als bestuurder "ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon" heeft gehandeld.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
