ECLI:NL:PHR:2017:1271
Parket bij de Hoge Raad · 03-10-2017 · zaaknummer 16/01481
Inhoudsindicatie
Witwassen, art. 420bis Sr. "Onmiddellijke" afkomst uit "eigen" misdrijf? Vervolg op HR 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3028. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 13 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2842 m.b.t. “verwerven” en “voorhanden hebben” a.b.i. art. 420bis.1.b en 420quater.1.b Sr. In het bestreden arrest ligt als het oordeel van het Hof besloten dat het niet aannemelijk is geworden dat het aangetroffen geldbedrag onmiddellijk afkomstig is uit een door verdachte zelf begaan misdrijf. Het Hof heeft daartoe in aanmerking genomen dat door of namens verdachte niet met voldoende concretisering is aangevoerd dat dit geldbedrag uit eigen misdrijf afkomstig is, in welk verband het Hof mede betekenis heeft toegekend aan de omstandigheid dat verdachte verdere vragen omtrent de herkomst niet heeft willen beantwoorden. ꞌs Hofs oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is – mede gelet op de bewijsvoering en de aard van het bewezenverklaarde feit (het aanwezig hebben van henneptoppen) – toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
