ECLI:NL:PHR:2017:1141
Parket bij de Hoge Raad · 29-08-2017 · zaaknummer 16/03111
Inhoudsindicatie
Opzettelijk onjuist doen van aangiften vennootschapsbelasting door rechtspersoon. Art. 69.2 (oud) AWR, art. 20a.1 (oud) Wet Vpb. Fiscaal pleitbaar standpunt? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:638 (belastingkamer) t.a.v. fiscaal pleitbaar standpunt dat betrekking heeft op belastingaangifte a.b.i. in AWR. In het oordeel van het Hof dat het in de gegeven omstandigheden bijkans evident was dat medio 2004 sprake was van een belangrijke wijziging van het uiteindelijke belang in de verdachte rechtspersoon, ligt als zijn oordeel besloten dat de verdachte rechtspersoon t.t.v. het doen van de aangiften Vpb - naar objectieve maatstaven gemeten - niet redelijkerwijs kon en mocht menen dat diens uitleg van het bepaalde in art. 20a.1 (oud) Wet Vpb en daarmee de door hem gedane aangiften juist waren. Dat oordeel geeft, gelet op ECLI:NL:HR:2017:638, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Hetzelfde geldt voor het daarop gebaseerde oordeel van het Hof dat geen sprake is van een fiscaal pleitbaar standpunt.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
