Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2017:1016

Parket bij de Hoge Raad · 25-09-2017 · zaaknummer 16/05120

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 05-10-2017
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Voor bijlage zie ECLI:NL:PHR:2017:1081. A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X] B.V., belanghebbende, tegen de uitspraak van Gerechtshof Den Haag van 13 september 2016, nr. 15/00813. Deze procedure maakt deel uit van een cluster van zeven verwante zaken waarin vandaag conclusie wordt genomen. Bij die conclusies behoort een gemeenschappelijke bijlage. Alle zaken hebben gemeen dat zij, op enigerlei wijze, zien op de vraag of bepaalde fysieke stukken of computerbestanden, zijn aan te merken als ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’. In deze procedure is in het bijzonder in geschil is of het originele aanslagbiljet een op de zaak betrekking hebbend stuk is. Daarbij rijst de vraag of dit, geautomatiseerd aangemaakte, stuk is aan te merken als een stuk dat de Inspecteur ter beschikking staat of heeft gestaan. Vervolgens gaat het inhoudelijk met name om de standaard rechtsmiddelenverwijzing op de gedrukte achterkant van het aanslagbiljet. Was die er, en zo ja, was die adequaat te achten? Belanghebbende heeft op 5 juni 2012 aangifte vennootschapsbelasting over het belastingjaar 2010 gedaan, naar een belastbaar bedrag van negatief € 269.005. Ten aanzien van het jaar 2010 gold de zogenoemde verruimde achterwaartse verliesverrekening van artikel 20, lid 10, van de Wet Vpb (tekst: 2010). Ingevolge dit artikel konden fiscale verliezen drie jaar, in plaats van de gebruikelijke termijn van één jaar, achterwaarts worden verrekend met winsten uit voorgaande jaren. In de aangifte 2010 is per abuis geen beroep gedaan op de verruimde achterwaartse verliesverrekening. Dat is door belanghebbende pas in 2013 geconstateerd in een overleg met haar adviseur. Deze heeft bij brief van 27 augustus 2013 verzocht om het verlies van 2010 te verrekenen met de winsten van de jaren 2007 en 2008. Deze brief is door de Inspecteur opgevat als bezwaar tegen de aanslag Vpb 2010. Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. In hoger beroep heeft belanghebbende gesteld dat voor de termijn waarbinnen herstel kan plaatsvinden, geen aansluiting moet worden gezocht bij het onherroepelijk worden van de aanslag, maar bij het onherroepelijk worden van de verliesverrekeningsbeschikking waarin naar voren komt dat de verruimde achterwaartse verliesverrekening niet heeft plaatsgevonden. Het Hof heeft deze stelling niet aanvaard. Voorts heeft belanghebbende gesteld dat geen rechtsmiddelenclausule op het aanslagbiljet was vermeld en dat de Rechtbank ten onrechte de bewijslast dienaangaande bij belanghebbende heeft gelegd. In dit verband heeft zij aangevoerd dat het aanslagbiljet een op de zaak betrekking hebbend stuk is in de zin van artikel 8:42 van de Awb en dat de Inspecteur niet heeft voldaan aan de in deze bepaling neergelegde verplichting tot inzending van dat stuk. Het Hof heeft echter geoordeeld dat belanghebbende – die in het kader van haar verweer dat de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar is, daarvan de bewijslast draagt – niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een aanslagbiljet zonder rechtsmiddelenverwijzing heeft ontvangen. Ter zitting bij het Hof heeft de Inspecteur gesteld het originele aanslagbiljet niet te kunnen overleggen, omdat hij daar niet over beschikt, noch over kan beschikken. Die verklaring heeft het Hof geloofwaardig geacht. Daarom kan volgens het Hof niet worden gezegd dat de Inspecteur, door geen afschrift van de originele aanslag over te leggen, niet heeft voldaan aan de in artikel 8:42 van de Awb opgenomen verplichting. Belanghebbende heeft zelf slechts een afschrift van de voorzijde van het originele aanslagbiljet overgelegd. Het Hof heeft het vermoeden gerechtvaardigd geacht dat de door belanghebbende ontvangen aanslag, een voorbedrukte achterkant met rechtsmiddelenclausule bevat. Belanghebbende is er naar het oordeel van het Hof niet in geslaagd dit bewijsvermoeden te ontzenuwen. Aangaande belanghebbendes stelling dat, mocht het aanslagbiljet wel een rechtsmiddelenclausule hebben bevat, deze dan zo onduidelijk was dat hieruit niet kon worden afgeleid dat zij bezwaar had moeten maken, heeft het Hof overwogen dat het de rechtsmiddelenverwijzing als vermeld op een AL660-aanslagbiljet voldoende duidelijk acht. Belanghebbende is tegen de Hofuitspraak opgekomen in cassatie, onder aanvoering van zes middelen. Naar aanleiding van het tweede middel merkt de A-G het volgende op. Het komt de A-G voor dat het originele aanslagbiljet niet is te zien als een stuk dat een rol kan hebben gespeeld bij de besluitvorming door de Inspecteur. De A-G meent dat het op geautomatiseerde wijze elders vervaardigde aanslagbiljet is te zien als een resultaat van de besluitvorming van de Inspecteur omtrent de op te leggen aanslag. Het originele aanslagbiljet behoort aldus zijns inziens niet tot de op de zaak betrekking hebbende stukken. De Hoge Raad merkt een stuk alleen aan als ‘een op de zaak betrekking hebbend stuk’, indien het stuk aan de inspecteur ter beschikking staat, althans heeft gestaan. Dat geldt niet voor het originele aanslagbiljet. Het tweede middel faalt. Naar aanleiding van het derde middel meent de A-G dat het Hof in de gegeven omstandigheden van belanghebbende als tegenbewijs mocht verlangen dat zij het originele aanslagbiljet zou overleggen, zodat kon worden nagegaan of op de achterkant daarvan inderdaad geen rechtsmiddelenverwijzing was opgenomen. Volgens de A-G kunnen de overige middelen evenmin tot cassatie leiden, zodat de conclusie ertoe strekt dat het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond dient te worden verklaard.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.