ECLI:NL:PHR:2016:979
Parket bij de Hoge Raad · 30-08-2016 · zaaknummer 15/00165
Inhoudsindicatie
1. Schadevergoedingsmaatregel opgelegd terwijl de benadeelde partijen in hun vordering niet ontvankelijk zijn verklaard, art. 36f, tweede lid, Sr. 2. Vorderingen benadeelde partijen en faillissement. Ad 1. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat voldaan is aan het vereiste ex art. 36f.2 Sr dat de verdachte jegens de b.p. naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Daaraan doet niet af dat het hof de b.p. n.o. heeft verklaard in hun vorderingen omdat het beoordelen daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. Ad 2. Daarbij verdient opmerking dat de daaraan ten grondslag liggende overweging van het hof omtrent de onduidelijkheid "welk deel van de vorderingen in het faillissement zijn meegenomen" berust op het misverstand dat het antwoord op de vraag of de vorderingen al dan niet ter verificatie in het faillissement zijn ingediend betekenis heeft voor de toewijsbaarheid van die vorderingen nadat het faillissement wegens gebrek aan baten - dus zonder dat vanuit de boedel betalingen konden worden verricht aan de concurrente schuldeisers - is opgeheven.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
