ECLI:NL:PHR:2016:946
Parket bij de Hoge Raad · 23-08-2016 · zaaknummer 15/02566
Inhoudsindicatie
Redelijke termijn, art. 6.1. EVRM. De HR stelt voorop dat het oordeel van de feitenrechter inzake de redelijke termijn in cassatie slechts in beperkte mate kan worden getoetst (ECLI:NL:HR:2008:BD2578). Het Hof heeft geoordeeld dat, hoewel sprake is van een langdurige procedure, de redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM niet is overschreden nu het verzoek van de verdediging in h.b. tot het horen van getuigen heeft geleid tot vertraging in de afdoening van de zaak en deze vertraging voor rekening van verdachte komt. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Cag anders.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
