Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2016:754

Parket bij de Hoge Raad · 04-07-2016 · zaaknummer 15/04171

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 27-07-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Belanghebbende biedt live erotische webcamsessies aan, die feitelijk worden verzorgd door modellen op de Filipijnen. De webcamsessies worden door geïnteresseerden (hierna: de bezoekers) vanuit Nederland bezocht. Tijdens een webcamsessie is interactie tussen de bezoeker(s) en het model mogelijk; de bezoeker kan aan het model verzoeken doen. In geschil is het antwoord op de vraag of de plaats van de aan de bezoekers verleende webcamdienst in Nederland is gelegen. Bij de beantwoording van deze vraag speelt met name een rol dat de plaats waar de modellen live voor de webcam optreden (op de Filipijnen) een andere is dan de plaats waar de bezoekers de webcamdienst verbruiken (Nederland). Partijen zijn het erover eens dat sprake is van een vermakelijkheidsactiviteit als bedoeld in artikel 6, lid 2, onderdeel c, sub 1°, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet). Op grond van deze bepaling worden de daarin genoemde vermakelijkheidsactiviteiten verricht op de plaats waar de activiteiten of werkzaamheden feitelijk plaatsvinden. Rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de Rechtbank) en hof ’s-Hertogenbosch (hierna: het Hof) volgen partijen in dit uitgangspunt. De Rechtbank oordeelt dat belanghebbendes diensten worden verricht in Nederland, omdat de bezoekers in Nederland zijn gevestigd. Het Hof vernietigt de uitspraak van de Rechtbank op de grond dat de vermakelijkheidsactiviteit plaatsvindt op de plaats waar de modellen feitelijk hun activiteiten verrichten. Naar het oordeel van het Hof pleiten de eenvoud en hanteerbaarheid, alsmede de wettekst (“werkzaamheden feitelijk plaatsvinden”) voor het aansluiten bij de plaats waar de modellen hun activiteiten verrichten in plaats van de plaats waar de bezoeker zich bevindt. A-G Ettema start haar conclusie met de constatering dat in de verhouding tussen de algemene plaats-van-dienstregel en de uitzonderingen op deze algemene regel eerst moet worden getoetst of een dienst valt onder één van de uitzonderingsbepalingen, alvorens de algemene regel voor de bepaling van de plaats van dienst wordt toegepast. Zij behandelt vervolgens eerst de plaats-van-dienstregel voor vermakelijkheidsactiviteiten. Na een analyse van de Zesde richtlijn en de Btw-richtlijn, de Btw-verordening, de Wet en de jurisprudentie komt de A-G tot de conclusie dat het niet buiten redelijke twijfel is dat artikel 9, lid 2, onder c, eerste streepje, van de Zesde richtlijn (zoals deze bepaling gold in het jaar 2006) en artikel 52, onder a, van de Btw-richtlijn (zoals deze bepaling gold in de jaren 2007 tot en met 2009) zo moeten worden uitgelegd dat webcamsessies als de onderhavige als een vermakelijkheidsactiviteit in de zin van die bepalingen moet worden beschouwd en, als die uitleg wel juist is, hoe de zinsnede “de plaats waar die diensten materieel/daadwerkelijk worden verricht” moet worden uitgelegd. Hoewel de webcamsessies zeker tot vermaak van de bezoekers zullen dienen, ligt het haars inziens meer voor de hand te concluderen dat het bij vermakelijkheidsactiviteiten met name gaat om evenementen die (veelal) op één locatie plaatsvinden, alwaar bezoekers fysiek bijeenkomen om het evenement te bezoeken respectievelijk hieraan deel te nemen. Zoals uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ) volgt, gaat het om gevallen waarin de feitelijke gang van zaken in het algemeen zonder grote bezwaren kan worden vastgesteld. Dit sluit ook aan bij doel en strekking van de afwijkende plaats-van-dienstbepaling, waarmee is beoogd zoveel mogelijk aan te sluiten bij het verbruik van de dienst. Helemaal zeker is de A-G echter niet, onder meer omdat uit het arrest RAL (Channel Islands) Ltd e.a. van het HvJ een dermate ruime definitie van vermakelijkheidsactiviteiten volgt dat daaronder ook de onderhavige webcamsessies kunnen worden begrepen. Indien wel sprake is van een vermakelijkheidsdienst, is de A-G van mening dat moet worden aangesloten bij de plaats waar het verbruik plaatsvindt. In het geval van webcamdiensten, zal dat zijn in het land waar de afnemer de beelden achter zijn computer bekijkt. Omdat naar de mening van de A-G niet zonder meer kan worden gezegd dat sprake is van een vermakelijkheidsactiviteit, onderzoekt A-G Ettema vervolgens of de webcamdiensten kunnen worden ingedeeld onder een andere uitzonderingsbepaling. Mede gelet op rechtspraak van het HvJ denkt zij aan de langs elektronische weg verrichte dienst. Indien sprake is van een elektronische dienst, leidt dat tot een andere plaats van dienst. A-G Ettema concludeert dat de live erotische webcamsessies die belanghebbende in de onderhavige zaak aanbiedt, niet kunnen worden aangemerkt als een elektronische dienst. De webcamsessie voldoet niet aan de algemene definitie die aan het begrip elektronische dienst wordt gegeven. Aangezien het om live erotische webcamsessies gaat, waarbij de bezoeker verzoeken kan doen aan het model, is sprake van interactie tussen het model en de bezoeker. Met betrekking tot de interactie tussen het model en de bezoeker kan niet worden gezegd dat deze interactie slechts gering menselijk ingrijpen vergt. Dit menselijk ingrijpen is juist het wezenlijke kenmerk van de live webcamsessie. De webcamsessie wordt in de Zesde richtlijn, de Btw-richtlijn en de Btw-verordening evenmin expliciet als voorbeeld genoemd van een elektronische dienst. A-G Ettema concludeert dat kan worden betwijfeld of de onderhavige dienst een vermakelijkheidsactiviteit is. Dat geen sprake is van een elektronisch dienst is haar inziens wel ‘clair’. Zij geeft de Hoge Raad in overweging de volgende prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ: 1. Dienen artikel 9, lid 2, onder c, eerste streepje, van de Zesde richtlijn en artikel 52, onder a, van de Btw-richtlijn aldus te worden uitgelegd dat een dienst die bestaat uit het aanbieden van live erotische webcamsessies aan bezoekers, die tegen betaling kunnen inloggen met een account, kan worden aangemerkt als een vermakelijkheidsactiviteit in de zin van deze bepalingen? 2. Zo het antwoord op vraag 1 bevestigend luidt: dienen artikel 9, lid 2, onder c, eerste streepje, van de Zesde richtlijn en artikel 52, onder a, van de Btw-richtlijn aldus te worden uitgelegd dat wanneer de plaats van uitvoering (het optreden voor de camera) afwijkt van de plaats waar de dienst wordt verbruikt, moet worden aangesloten bij de plaats waar de dienst wordt verbruikt als zijnde de plaats waar de dienst daadwerkelijk wordt verricht?

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.