Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2016:338

Parket bij de Hoge Raad · 26-04-2016 · zaaknummer 15/04315

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 11-05-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Belanghebbende was eigenaar van een perceel grond en een daarop gestichte woning. Op 29 december 2006 heeft belanghebbende de grond aan zijn twee kinderen verkocht en geleverd onder voorbehoud van voortdurende rechten van erfpacht en opstal. De kinderen zijn de koopsom van € 800.000 schuldig gebleven. Belanghebbende heeft de vorderingen ter zake van verschuldigde koopsom op zijn beide kinderen in twee gelijke delen in 2006 en 2007 kwijtgescholden. In verband hiermee is in 2006 en 2007 van beide kinderen recht van schenking geheven. In 2007 en 2008 heeft belanghebbende in verband met de verschuldigde erfpachtcanon aan zijn kinderen een bedrag voldaan van in totaal € 45.000. In geschil is of belanghebbende in zijn aangifte IB/PVV 2008 het bedrag van € 45.000 in aftrek mag brengen als kosten met betrekking tot een eigen woning als bedoeld in 3.120(1)(b) Wet IB 2001. De rechtbank heeft de inspecteur niet gevolgd in diens uitleg van 3.120(1)(b) Wet IB 2001, dat voor aftrekbaarheid van het recht van erfpacht vereist is dat het recht verband houdt met verwerving en/of verbetering van de eigen woning, en heeft de door belanghebbende verschuldigde erfpachtcanon in aftrek toegelaten. Het hof heeft het hoger beroep van de inspecteur gegrond verklaard. Volgens het hof zijn erfpachtcanons aftrekbaar op gelijke wijze als rente van een eigenwoningschuld. Dit volgt volgens het hof uit de parlementaire geschiedenis bij artikel 42a Wet IB 1964 (die zijn gelding onder het huidige artikel 3.120(1)(b) Wet IB 2001 heeft behouden), en het arrest HR BNB 2015/38 (GrondwaardePlan), waaruit – naar het hof meent – blijkt dat een canon aftrekbaar is indien de canon direct verband houdt met de aankoop (dan wel onderhoud/verbetering) van de eigen woning. Het hof oordeelt vervolgens dat belanghebbendes situatie vergeleken kan worden met die van de eigenaar van een eigen woning die (enige) jaren na aankoop de hypothecaire lening verhoogt, en dat – nu deze verhoging niet ziet op financiering, onderhoud, uitbreiding of verbetering van de eigen woning, maar een schenking is ten gunste van de kinderen – de canon niet kwalificeert als canon als bedoeld in artikel 3.120(1)(b) Wet IB 2001 en daarom niet aftrekbaar is. Belanghebbende betoogt in cassatie dat het Hof een onjuiste maatstaf heeft aangelegd bij de toepassing van artikel 3.120(1)(b) Wet IB 2001, onder meer doordat het hof een onjuiste conclusie heeft getrokken uit het GrondwaardePlan-arrest. Volgens A-G Niessen moet de toets, of erfpachtcanons op grond van artikel 3.120(1)(b) Wet IB 2001 als kosten uit eigen woning aftrekbaar zijn, zelfstandig plaatsvinden aan de hand van de in die bepaling geformuleerde voorwaarden. De condities waaronder financieringsrente ingevolge het bepaalde in artikel 3.120(1)(a) jo. 3.119a Wet IB 2001 in aftrek mag worden gebracht, acht hij voor de aftrekbaarheid van erfpachtcanons niet van belang. Dit blijkt zijns inziens in de eerste plaats uit de tekst van de wet: de wetgever heeft de verplichting tot de betaling van erfpacht niet aangemerkt als eigenwoningschuld in de zin van artikel 3.119a Wet IB 2001, maar heeft de fiscale behandeling van deze betalingsverplichting afzonderlijk gefacilieerd in artikel 3.120(1)(b) Wet IB 2001. De toepassing van deze bepaling is geenszins afhankelijk gesteld van het bepaalde in artikel 3.120(1)(a) Wet IB 2001. Tevens wijst hij op de parlementaire toelichting, waarin weliswaar is opgemerkt dat de regeling ertoe strekt financieringsrente en erfpachtcanons fiscaal gelijk te behandelen, maar waaraan niet de opvatting kan worden ontleend dat canons slechts in aanmerking komen voor aftrek op grond van onderdeel b indien zij in economische zin als (hypotheek)rentebetalingen kwalificeren en aan de voor die betalingen in artikel 3.119a Wet IB 2001 geformuleerde voorwaarden voldoen. De gelijkschakeling van canons met financieringsrente, waarop door de wetgever wordt gewezen, is slechts een aanwijzing voor c.q. invulling van doel en strekking van de faciliteit. Ook uit het GrondwaardePlan-arrest volgt volgens de A-G niet dat erfpachtcanons slechts dan aftrekbaar zijn indien zij in economische zin als financieringsrente kwalificeren. In dit arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat erfpachtcanons slechts in aanmerking komen voor aftrek op grond van artikel 3.120(1)(b) Wet IB 2001 indien zij in economische zin betrekking hebben op het houden en gebruiken van de eigen woning. Deze maatstaf is niet dezelfde als de toets of de betalingen in economische zin vergelijkbaar zijn met rentebetalingen en voldoen aan de daarvoor in onderdeel a gestelde voorwaarden. Volgens de A-G heeft een erfpachtcanon in ieder geval niet in economische zin betrekking op het houden en gebruiken van de eigen woning als in werkelijkheid geen erfpachtovereenkomst maar een annuïteitenlening tot stand is gekomen. Wel zijn de betalingen in dat geval mogelijk aftrekbaar als kosten ter zake van een eigenwoningschuld als bedoeld in 3.119a en 3.120(1)(a) Wet IB 2001, mits de schuld betrekking heeft op verwerving, behoud en/of verbetering van de eigen woning (vgl. HR 14 november 2014, nr. 13/05763). Uit het voorgaande volgt dat het hof bij zijn oordeel, dat belanghebbende de erfpachtcanons niet in aftrek mag brengen, een onjuiste maatstaf heeft aangelegd. De klachten van belanghebbende zijn terecht voorgesteld. Het middel slaagt. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende gegrond dient te worden verklaard en dat de zaak ter verdere behandeling en beslissing dient te worden verwezen.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.