ECLI:NL:PHR:2016:306
Parket bij de Hoge Raad · 09-02-2016 · zaaknummer 14/03354
Inhoudsindicatie
Bevorderen en voorhanden hebben van voorwerpen bestemd tot het plegen van het feit, art. 10a Opw. Drugsafval. HR verwijst naar HR ECLI:NL:HR:1997:ZD0697, ECLI:NL:HR:2012:BX6767, ECLI:NL:HR:2001:AB0494 en ECLI:NL:HR:1987:AD0099. Het hof heeft onvoldoende inzicht gegeven in de gedachtegang. Indien het hof heeft bedoeld dat ook van bevorderingshandelingen sprake kan zijn na voltooiing van het delict (de productie van verdovende middelen) getuigt het oordeel van een onjuiste rechtsopvatting. Indien het hof niet van een reeds voltooid delict is uitgegaan, heeft het zijn oordeel ontoereikend gemotiveerd nu uit de gehanteerde bewijsvoering niet kan volgen dat verdachte t.t.v. het voorhanden hebben van de materialen ernstige reden had te vermoeden dat die “bestemd” waren voor (de voortgang van) het productieproces. AG: anders.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
