Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2016:26

Parket bij de Hoge Raad · 19-01-2016 · zaaknummer 15/02880

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 03-02-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

[X] B.V. (belanghebbende) verleent diensten op het gebied van implementeren en beheren van pensioencontracten van (middel)grote bedrijven en pensioenfondsen. Enig aandeelhouder van belanghebbende is [A] Ltd. Van 2007 tot en met 2010 was [F] enig aandeelhouder van [A] Ltd. en tevens enig bestuurder en enig werknemer van belanghebbende (de DGA). Naar aanleiding van een boekenonderzoek, heeft de Inspecteur het door belanghebbende aan de DGA uitgekeerde loon over de tijdvakken 2007 tot en met 2010 gecorrigeerd naar een bedrag berekend op basis van de omzet, verminderd met de aan die omzet toe te rekenen kosten, lasten en afschrijvingen (de afroommethode). Hof Den Haag heeft – kort gezegd – geoordeeld dat in de wetsgeschiedenis geen steun is te vinden voor de opvatting dat het de inspecteur vrij zou staan om in jaren waarin de vennootschap een substantiële winst behaalt het gebruikelijke loon op basis van de afroommethode in de belastingheffing te betrekken en in jaren waarin de vennootschap verlies heeft geleden het door de vennootschap aangegeven en aan haar DGA uitbetaalde loon als belastbaar loon aan te merken. Naar het oordeel van het Hof zou de een alternerende toepassing van de gebruikelijk-loonregeling met behulp van de afroommethode tot een onredelijke en willekeurige belastingheffing die de wetgever heeft beoogd noch voorzien. Tegen dit oordeel richt zich het eerste middel van de Staatssecretaris. A-G Niessen stelt voorop dat het doel van de genoemde regeling is – met een zekere marge – het fiscale loon vast te stellen op het niveau ‘van een zakelijk te achten salaris’. De vraag is dus of ‘in het economisch verkeer een hoger loon gebruikelijk is’. Dit betekent dat moet worden onderzocht of in de markt hogere lonen worden toegekend aan personen die vergelijkbare werkzaamheden anders dan als DGA in dienstbetrekking verrichten (vergelijkingsmethode). De toepassing van de afroommethode leidt volgens de A-G niet tot de vaststelling van een ‘vergelijkbaar loon’, maar eerder tot ‘de voor loonbetaling beschikbare winst’. In wezen benadert het aldus becijferde bedrag ‘wat het loon zou kunnen zijn’. De toepassing van de vergelijkings- dan wel de afroommethode staat volgens de A-G niet ter vrije beschikking van de rechter die over de feiten oordeelt. In de gevallen waarin een ‘vergelijkbaar loon’ voorhanden is, is dit het in het economisch verkeer gebruikelijk loon in de zin der wet en kan de afroommethode niet worden toegepast. Nu een vergelijkbaar markconform loon ten processe vaststaat, heeft het Hof terecht beslist dat dit het loon is dat bij toepassing van artikel 12a Wet LB 1964 in deze zaak moet worden aangehouden. Het eerste middel faalt. Het tweede middel, dat een motiveringsklacht behelst, faalt eveneens.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.