ECLI:NL:PHR:2016:1410
Parket bij de Hoge Raad · 29-11-2016 · zaaknummer 15/02234
Inhoudsindicatie
Benadeelde partij. Het Hof heeft kennelijk toepassing gegeven aan art. 51f.1 Sv dat degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit de mogelijkheid biedt zich als b.p. te voegen in het strafproces met een vordering tot vergoeding van die schade. De hoogte van de vordering van de b.p. is niet aan een wettelijk maximum gebonden. HR herhaalt ECLI:NL:2002:AE0537, NJ 2002/390 i.v.m. toepasselijk recht voor 1 april 1993 m.b.t. de hoogte van de vordering van de beledigde partij. De uitspraak kan niet in stand blijven v.zv. de vordering van de beledigde partij is toegewezen tot een bedrag van meer dan € 680,67 (ƒ 1.500,-) zijnde het toentertijd ingevolge art. 56 (oud) RO ten hoogste toegestane bedrag van de door de beledigde partij te vorderen schadevergoeding. HR doet de zaak zelf af.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
