ECLI:NL:PHR:2016:1249
Parket bij de Hoge Raad · 20-09-2016 · zaaknummer 15/00914
Inhoudsindicatie
Profijtontneming: is een vordering aan te merken als wederrechtelijk verkregen voordeel ex art. 36e.5 Sr? Aan de betrokkene is door twee personen de toezegging gedaan dat hij € 2.000,- zou krijgen voor de oogst van hennepplanten die in zijn woning zijn gekweekt. Hof: de vordering is als wederrechtelijk verkregen voordeel aan te merken in geval betrokkene dat bedrag nog niet heeft ontvangen. HR: het oordeel dat de enkele toezegging van een geldbedrag zonder meer kan worden aangemerkt als voordeel als bedoeld in art. 36e, vijfde lid, Sr, geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip voordeel. Het in de overwegingen van het hof besloten liggende oordeel dat sprake is van daadwerkelijk behaald voordeel is gelet op hetgeen is aangevoerd ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
