Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2015:819

Parket bij de Hoge Raad · 24-03-2015 · zaaknummer 13/05694

StrafrechtGepubliceerd 04-06-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

1. Growshop. Medeplichtigheid aan (poging tot) telen. 2. Witwassen, art. 420bis Sr. Ad 1. ’s Hofs oordeel dat de bedrijfsactiviteiten van verdachte, bestaande uit het verkopen van benodigdheden voor het kweken van hennep, gelet op de in de bewijsoverwegingen vastgestelde f&o, moeten worden aangemerkt als ‘medeplichtigheid aan (poging tot) het telen van hennep’, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk. Ad 2. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2013:150 over de motiveringsverplichting m.b.t. verwerven en voorhanden hebben van voorwerpen verkregen uit eigen misdrijf. Deze rechtsregels hebben slechts betrekking op het geval dat verdachte voorwerpen heeft verworven of voorhanden heeft gehad, terwijl aannemelijk is, dat die voorwerpen afkomstig zijn uit een door verdachte zelf begaan misdrijf (vgl. HR ECLI:NL:HR:2013:2001). Het Hof heeft klaarblijkelijk geoordeeld dat de in de bewezenverklaring genoemde voorwerpen die verdachte heeft verworven en voorhanden gehad, afkomstig zijn uit ‘eigen misdrijf’, te weten: ‘medeplichtigheid aan (poging tot) het telen van hennep’. V.zv. die voorwerpen onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstig zijn geldt voor de kwalificatie ‘witwassen’ de hiervoor bedoelde motiveringsverplichting. Uit ’s Hofs bewijsvoering kan worden afgeleid dat verdachte uit zijn verkoopactiviteiten contante geldbedragen heeft ontvangen die hij heeft besteed aan de aankoop van personenauto’s. De personenauto’s die verdachte aldus heeft verworven en voorhanden gehad zijn door het Hof kennelijk – en niet onbegrijpelijk – aangemerkt als niet onmiddellijk afkomstig uit eigen misdrijf. De bedoelde motiveringsverplichting geldt in dit opzicht dus niet. V.zv. de bewezenverklaring op de geldbedragen betrekking heeft, had het Hof zijn oordeel dat het bewezenverklaarde als (gewoonte)witwassen kan worden aangemerkt, nader dienen te motiveren. Uit ’s Hofs bewijsvoering kan worden afgeleid dat verdachte geldbedragen heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl die geldbedragen onmiddellijk afkomstig zijn uit het door verdachte zelf begaan misdrijf – te weten: medeplichtigheid aan (poging tot) het telen van hennep – doordat verdachte winst heeft behaald uit de verkoop aan personen van voorwerpen voor (het opzetten van) een hennepkwekerij. Het kennelijk oordeel van het Hof dat de gedragingen van verdachte gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van de geldbedragen, is niet z.m. begrijpelijk. De hierop betrekking hebbende overwegingen van het Hof houden immers niet meer in dan dat het Hof ervan uitgaat “dat de verdachte door het geheimhouden van zijn klanten niet alleen zijn klanten heeft willen beschermen (en zijn handel), maar ook heeft willen voorkomen dat die klanten verklaringen afleggen die ook voor de verdachte belastend zouden zijn, zoals bijvoorbeeld dat verdachte wetenschap zou hebben van de (in aanbouw zijnde) hennepplantage”. Die overwegingen kunnen aannemelijk doen zijn dat verdachte aldus wilde voorkomen dat het misdrijf werd onthuld, maar zijn niet toereikend voor het oordeel dat die gedragingen van verdachte (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van uit dat misdrijf afkomstige geldbedragen. Conclusie AG: anders.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.