ECLI:NL:PHR:2015:425
Parket bij de Hoge Raad · 17-03-2015 · zaaknummer 14/02240
Inhoudsindicatie
HR: art. 80a RO. Gelet op de wettelijke strafmaxima en in aanmerking genomen de door het Hof opgelegde straf en ’s Hofs motivering van die straf, is het belang van verdachte bij zijn cassatieberoep niet evident. HR verwijst naar ECLI:NL:HR:2012:BX0146. De schriftuur bevat niet een in zo een geval vereiste toelichting m.b.t. het belang bij het ingestelde cassatieberoep en het - rechtens te respecteren - belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak. De enkele stelling dat het Hof bij “de strafoplegging is uitgegaan van artikel 311 lid 2 Sr, hetgeen met aanzienlijk meer straf is bedreigd dan diefstal in vereniging gepleegd door middel van braak”, is - gelet op de opgelegde straf en ’s Hofs strafmotivering - daartoe ongenoegzaam. De HR verklaart daarom - gezien art. 80a RO - het beroep in cassatie n-o.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
