ECLI:NL:PHR:2015:2477
Parket bij de Hoge Raad · 17-12-2015 · zaaknummer 15/03135
Inhoudsindicatie
Afwaardering vordering op derde/distributeur in beroerd financiële situatie; de distributeur wordt opgekocht door een gelieerde vennootschap die daarbij de voldoening van belanghebbendes vordering garandeert; diverse motieven voor die garantie; is het daardoor weer vollopen van de vorderingen een informele kapitaalstorting door de gemeenschappelijke moeder of opgekomen in de bedrijfsuitoefening? Feiten: de belanghebbende fiscale eenheid is onderdeel van een Japans concern dat meet- en positioneringsapparatuur produceert. Het concern heeft ook een Amerikaanse dochter, [D]. De door [D] geproduceerde apparatuur wordt via de belanghebbende geleverd aan een tot 31 maart 2010 niet gelieerde Spaanse distributeur. De belanghebbende heeft handelsvorderingen op die distributeur ad circa € 11,5 miljoen. Vanwege de slechte financiële situatie van de distributeur heeft de belanghebbende haar vorderingen afgewaardeerd. Mede om te voorkomen dat het concern op geconsolideerd niveau in 2009/2010 verlies zou moeten rapporteren, heeft [D] in 2010 voor € 1 alle aandelen in de Spaanse distributeur verworven en de voldoening van diens verplichtingen jegens de belanghebbende gegarandeerd. De belanghebbende heeft vervolgens haar vorderingen opgewaardeerd en die toename aan de passiefzijde als toename van het fiscale eigen vermogen geboekt omdat de garantie haars inziens verklaard wordt door de concernrelatie en de opwaardering geen resultaat van ondernemingsuitoefening is, maar in de kapitaalsfeer valt. De Inspecteur heeft de opwaardering als belastbare winst aangemerkt. In geschil is of [D]’ garantie van belanghebbendes vorderingen op de Spaanse distributeur onzakelijk is en of de daaruit voortvloeiende opwaardering belastbare winst of informeel kapitaal is. De Rechtbank Den Haag heeft belanghebbendes beroep ongegrond verklaard. Het Hof Den Haag heeft de feitenvaststelling, gronden en beslissing van de Rechtbank overgenomen onder toevoeging van enige overwegingen. Rechtbank en Hof achtten de vraag of de garantstelling wel zakelijk was voor het geschil niet van belang omdat zij zag op nakoming van (handels)verplichtingen waar geen aandeelhoudersmotieven aan ten grondslag lagen. De belanghebbende bestrijdt in cassatie dat de opwaardering van de vorderingen in de bedrijfsuitoefening is opgekomen. Volgens haar valt de opwaardering in de kapitaalsfeer omdat de garantie als (verkapte uitdeling aan de gemene moedervennootschap en) informele kapitaalinbreng in de belanghebbende moet gelden. [D] zou zich bij afwezigheid van verbondenheid met de belanghebbende nooit zonder vergoeding, onderpand of voorwaarden garant hebben gesteld. De Staatssecretaris meent dat een derde als producent en leverancier van door de Spaanse distributeur af te zetten producten heel wel zakelijk kan handelen door een offer te brengen om afzetmogelijkheden te behouden. De waardetoename van de vorderingen op de distributeur is volgens hem slechts een bijkomend effect van de garantie die [D] als leverancier en producent heeft gegeven. Volgens de Staatssecretaris staat vast dat de fiscale eenheid geen partij was bij de garantie die [D] heeft afgegeven. A-G Wattel acht onjuist het oordeel dat de zakelijkheid van de garantie niet van belang zou zijn omdat zij ziet op nakoming van (handels)verplichtingen waar geen aandeelhoudersmotieven aan ten grondslag liggen. Het gaat immers niet om de motieven voor de verplichtingen uit de handelstransacties, maar om de motieven voor de garantie. Dat leidt echter niet tot cassatie omdat het Hof, hoewel hij zegt de zakelijkheid van de garantie buiten beschouwing te laten, niettemin heeft geoordeeld dat [D] zakelijk belang had (behoud van afzetkanaal) om de distributeur “door middel van een garantstelling” overeind te houden en dat de garantie niet uitsluitend verklaard wordt door het concernbelang bij zwarte cijfers. In ’s Hofs oordeel ligt besloten dat [D] zich ook garant gesteld zou hebben als de belanghebbende een ongelieerde crediteur was geweest. Dat oordeel is feitelijk en daarom in cassatie in beginsel niet aantastbaar. Daaraan doet niet af dat het Hof feitelijk heeft vastgesteld dat de garantie (mede) verstrekt is om het concern in de zwarte cijfers te houden en de verschillende motieven voor de garantie niet heeft afgewogen. ’s Hofs benadering is kennelijk de volgende: weliswaar was er (ook) een zwarte-concerncijfersbelang dat de garantie kon verklaren, maar [D]’ afzetkanaalbehoud-motief is de voornaamste, althans voldoende verklaring voor haar garantie, zodat voldoende aannemelijk is dat de garantie ook bij afwezigheid van concernverhoudingen gegeven zou zijn. Dan doen mogelijke andere, concernrelationele verklaringen, hoezeer wellicht mede de garantie verklarend, niet meer ter zake voor de sfeerbepaling van het vollopen van de vorderingen van [C] op [E]. HR BNB 2013/109 (concernparaplukrediet) staat niet aan ’s Hofs oordeel in de weg, nu het in die zaak niet ging om afzetkanaalbehouds- of dergelijke motieven die zich buiten een groep evenzeer voordoen, maar om een schuldconsolidatie die zich uitsluitend binnen een concern kan voordoen. HR BNB 2015/13 (criteria voor onzakelijkheid) staat daaraan evenmin in de weg: ‘s Hofs oordeel houdt kennelijk in dat er ofwel een derde te vinden zou zijn die bereid was geweest tegen een passende maar winstonafhankelijke vergoeding (door de distributeur) een vergelijkbare garantie aan de belanghebbende te geven, ofwel dat die vergoedingsvraag niet ter zake doet omdat zij zich voordoet in de verhouding tussen [D] en de distributeur en niet in de verhouding tussen [D] en de belanghebbende. Anders dan de belanghebbende meent, heeft de belanghebbende in zoverre wél ‘betaald’ voor de haar gegeven garantie dat zij in ruil ervoor heeft afgezien van leverantiestaking en van opeising en executie jegens de distributeur. Conclusie: beroep ongegrond.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
