ECLI:NL:PHR:2015:2241
Parket bij de Hoge Raad · 22-10-2015 · zaaknummer 15/01984
Inhoudsindicatie
Op 17 juni 2011 heeft de Inspecteur aan [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) voor het jaar 2009 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 226.490 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 10.488. Belanghebbende heeft tegen de aanslag bezwaar gemaakt. Bij uitspraak van 19 december 2011 heeft de Inspecteur het bezwaar ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft hiertegen beroep ingesteld bij rechtbank Noord-Holland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en het belastbare inkomen uit werk en woning verminderd.1 De Inspecteur heeft vervolgens hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak van de Rechtbank bij gerechtshof Amsterdam (hierna: het Hof). Het Hof komt tot het oordeel dat het hoger beroep van de Inspecteur gegrond is en vernietigt uitspraak van de Rechtbank.2 Belanghebbende heeft tijdig en op regelmatige wijze beroep in cassatie ingesteld. De staatssecretaris van Financiën (hierna: de Staatssecretaris) heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft niet gerepliceerd. Het geschil in cassatie betreft de vraag of het door belanghebbende verschuldigde successierecht kan worden geschaard onder de aftrekbare kosten van artikel 3.108 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001).
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
