ECLI:NL:PHR:2015:1945
Parket bij de Hoge Raad · 25-08-2015 · zaaknummer 14/06161
Inhoudsindicatie
Uitlevering. 1. ’s Hofs oordeel dat de uitlevering van de opgeëiste persoon is verzocht teneinde hem te kunnen vervolgen t.z.v. 4 feiten (‘count one’ t/m ‘count four’) is feitelijk en, gelet op de door de verzoekende Staat overgelegde stukken, niet onbegrijpelijk. 2. ’s Hofs oordeel dat wat betreft ‘count four’ is voldaan aan de eis van art. 9.3 aanhef en onder b, van het te dezen toepasselijke uitleveringsverdrag dat uit het gevoegde bewijsmateriaal een redelijk vermoeden van schuld – zoals omschreven in ECLI:NL:HR:2012:BX6949 – voortvloeit, is, gelet op de inhoud van de door de verzoekende Staat overgelegde stukken, onbegrijpelijk. HR doet om doelmatigheidsredenen de zaak zelf af en verklaart de verzochte uitlevering wat betreft ‘count four’ ontoelaatbaar.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
