ECLI:NL:PHR:2015:1814
Parket bij de Hoge Raad · 16-06-2015 · zaaknummer 14/03328
Inhoudsindicatie
1. Betekening inleidende dagvaarding: uitreiking aan de griffier ex art. 588.1.b.3 Sv. Oordeel van het Hof dat niet sprake was van een bekende (feitelijke) woon- of verblijfplaats van de verdachte is niet onbegrijpelijk. Het door de verdachte bij de politie opgegeven adres was zijn toenmalige GBA-adres; daaraan is een eerdere dagvaarding in deze zaak niet uitgereikt omdat "volgens mededeling van degene die zich op het door mij ingevulde adres bevond, de geadresseerde daar niet woont noch verblijft" terwijl de verdachte volgens de GBA-gegevens niet meer op dat adres noch enig ander adres was ingeschreven. 2. Bekennende verklaring ex art. 359 lid 3 Sv? Het Hof heeft de appelschriftuur (ik ben het “met de uitspraak totaal niet eens” en “bepaalde dingen in de zaak, volgens mij niet helemaal kloppen”) kennelijk en niet onbegrijpelijk niet aldus opgevat dat de verdachte daardoor “anders heeft verklaard” als bedoeld in art. 359.3 Sv. 3. Redelijke termijn verstekmededeling art. 366 Sv. Terechte klacht dat niet blijkt dat binnen een jaar na de uitspraak van het Hof de verstekmededeling op de voorgeschreven wijze is betekend (HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, NJ 2008/358). HR vermindert de straf.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
