ECLI:NL:PHR:2015:1393
Parket bij de Hoge Raad · 26-05-2015 · zaaknummer 14/03528
Inhoudsindicatie
Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in haar h.b. Het Hof heeft kennelijk doch niet begrijpelijk geoordeeld dat de f&o waaraan de verdediging de conclusie heeft verbonden dat de behandeling van verdachtes zaak op de dag genoemd in de dagvaarding zou worden aangehouden, niet aannemelijk zijn. Voorts geeft ’s Hofs oordeel dat verdachte niet binnen 14 veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat zij “geacht kan worden bekend te (kunnen) zijn” met gedane uitspraak h.b. heeft ingesteld, blijk van een onjuiste opvatting omtrent art. 408.2 Sv, waarin is bepaald dat binnen 14 dagen h.b. moet worden ingesteld indien zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de einduitspraak aan de verdachte bekend is.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
