Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2015:120

Parket bij de Hoge Raad · 17-02-2015 · zaaknummer 14/02778

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 23-02-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Belanghebbende is importeur van kleding. Voor het vervoer van de kleding van Azië naar Nederland heeft zij [X2] B.V. (hierna: [X2]) ingeschakeld. Op haar beurt heeft [X2] overeenkomsten gesloten met derden (hierna: de vervoerders) voor het feitelijke vervoer. De kosten die [X2] ten aanzien van het vervoer in rekening heeft gebracht aan belanghebbende, zijn hoger dan de kosten die de vervoerders aan [X2] in rekening hebben gebracht. Bij een controle na invoer is gebleken dat in de aangiften voor het in het vrije verkeer brengen van de kleding voor de bijtelling op grond van artikel 32, lid 1, onder e, sub i, van het Communautair Douanewetboek (hierna: CDW) de kosten die de vervoerders aan [X2] hebben berekend in aanmerking zijn genomen en niet de hogere vervoerskosten die [X2] aan belanghebbende in rekening heeft gebracht. De inspecteur heeft zich op het standpunt gesteld dat de hogere vervoerskosten die [X2] aan belanghebbende heeft berekend, dienen te worden opgeteld bij de transactiewaarde. Naar aanleiding van de controle heeft de inspecteur aan belanghebbende twee uitnodigingen tot betaling (utb’s) uitgereikt. De vraag is welke kosten op grond van artikel 32, lid 1, onder e, sub i, van het CDW moeten worden opgeteld bij de transactiewaarde: de kosten die [X2] aan belanghebbende in rekening heeft gebracht (inclusief winstopslag) of de kosten die de vervoerders aan [X2] hebben berekend. Rechtbank Haarlem (hierna: de Rechtbank) kwam tot het oordeel dat op grond van artikel 32, lid 1, onder e, sub i, CDW de vervoerskosten die [X2] aan belanghebbende in rekening heeft gebracht dienen te worden bijgeteld bij de transactiewaarde. Hof Amsterdam (hierna: het Hof) komt onder verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie (hierna: HvJ) van 6 juni 1990, Unifert, C-11/89 tot dezelfde slotsom als de Rechtbank. Belanghebbende is in cassatie opgekomen tegen dit oordeel. A-G Van Hilten begint haar conclusie met de basis: op grond van artikel 29 CDW is de maatstaf voor de heffing van douanerechten (de douanewaarde) de transactiewaarde. Deze betreft de verkoopprijs die tussen de koper en verkoper is overeengekomen. Om te voorkomen dat koper en verkoper bepaalde kostenelementen buiten de verkoopprijs houden om zo de douanewaarde te drukken, moet op grond van artikel 32 CDW een aantal elementen worden opgeteld bij de transactiewaarde, waaronder de kosten van vervoer (artikel 32, lid 1, onder e, sub i, CDW). Vervolgens bespreekt de A-G een aantal arresten van het HvJ. Uit deze jurisprudentie leidt de A-G onder andere af dat het begrip ‘kosten van vervoer’ niet beperkt is tot de daadwerkelijke goederenbeweging en dat ook nevenprestaties die nauw samenhangen met het vervoer tot de kosten van vervoer (kunnen) worden gerekend. A-G Van Hilten constateert dat de extra kosten die [X2] berekent niet de vergoeding vormen voor extra dienstverlening: partijen spreken van een winstopslag. Naar de mening van de A-G is dan ook niet zo zeer de vraag of de winstopslag tot de kosten van vervoer kan worden gerekend, maar wiens kosten zijn bedoeld in artikel 32 CDW. Op grond van doel en strekking van genoemde bepaling en gelet op de jurisprudentie van het HvJ meent de A-G dat met de ‘kosten van vervoer’ van artikel 32 CDW niets anders bedoeld kan zijn dan de kosten van vervoer die op de koper/ importeur drukken. Het voorgaande brengt de A-G tot de slotsom dat in casu de bij de transactiewaarde op te tellen vervoerskosten, de kosten zijn die [X2] aan belanghebbende berekent. A-G Van Hilten geeft de Hoge Raad in overweging om het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond te verklaren.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.