ECLI:NL:PHR:2014:721
Parket bij de Hoge Raad · 20-05-2014 · zaaknummer 13/02439
Inhoudsindicatie
De Hoge Raad wijst één arrest voor de strafzaak en voor de met de strafzaak samenhangende ontnemingszaak tegen verdachte/betrokkene. 1. De Hoge Raad maakt enkele voorafgaande opmerkingen aangaande de ontvankelijkheid van het ingestelde cassatieberoep in de strafzaak en in de ontnemingszaak. Het bij schriftuur voorgestelde middel heeft onmiskenbaar (uitsluitend) betrekking op in de strafzaak ten laste van verdachte genomen beslissingen. Op grond daarvan moet worden aangenomen dat de raadsman in de schriftuur abusievelijk de zaaknummers van de ontnemingszaak heeft vermeld, maar heeft beoogd een middel van cassatie in te dienen in de strafzaak tegen verdachte en niet in de met die zaak samenhangende ontnemingszaak. De Hoge Raad merkt die schriftuur daarom aan als houdende een middel van cassatie tegen het arrest van het Hof in de strafzaak tegen verdachte. Dit betekent dat nu verdachte in deze binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, verdachte dient te worden ontvangen in het beroep. 2. In de ontnemingszaak wordt betrokkene n-o verklaard in het beroep, aangezien er geen cassatieschriftuur is ingediend. 3. Het middel in de strafzaak wordt met toepassing van art. 81.1 RO afgedaan. De AG heeft echter in beide zaken tot n-o geconcludeerd.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
