ECLI:NL:PHR:2014:477
Parket bij de Hoge Raad · 01-04-2014 · zaaknummer 13/01304
Inhoudsindicatie
Art. 31 Vluchtelingenverdrag. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2012:BW9266. Waar het Hof niet heeft onderzocht of op de door verdachte ingediende asielaanvraag onherroepelijk afwijzend is beslist, kan de stelling van verdachte een vluchteling te zijn nog niet evident ongegrond worden bevonden en heeft het Hof het verweer strekkende tot n-o verklaring van het OM in de vervolging verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen. In cassatie is een onherroepelijk geworden beschikking van de IND overgelegd inhoudende dat aan verdachte een verblijfsvergunning is verleend. In aanmerking genomen dat aan de herkomst en de betrouwbaarheid van dit stuk in redelijkheid niet behoeft te worden getwijfeld, en in aanmerking genomen voorts dat zo een vreemdeling niet strafrechtelijk behoort te worden vervolgd wegens het onmiskenbaar i.h.k.v. zijn vlucht in het bezit hebben of aangewend hebben van valse of vervalste documenten, zal de HR de OvJ alsnog n-o verklaren in de op art. 231 Sr gebaseerde strafvervolging van verdachte.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
