ECLI:NL:PHR:2014:307
Parket bij de Hoge Raad · 25-03-2014 · zaaknummer 13/03979
Inhoudsindicatie
Houdsterverliesregeling (art. 20(4) Wet Vpb). Valt voorbereiding of afwikkeling van de verwerving resp. liquidatie van deelnemingen ook onder ‘feitelijke werkzaamheid bestaande uit het houden van deelnemingen’? Moet de tijd waarin geen feitelijke werkzaamheid is verricht buiten beschouwing blijven bij de ‘nagenoeg het gehele jaar’-toets in art. 20(4) Wet Vpb? Feiten: De houdsterverliesregeling ex art. 20(4) Wet Vpb beperkt verticale verrekening van verliezen als de feitelijke werkzaamheid van de belastingplichtige (nagenoeg) het gehele (boek)jaar (nagenoeg) uitsluitend bestond uit het houden van deelnemingen of het direct of indirect financieren van met hem verbonden lichamen. Bij elk van de vier belanghebbenden heeft de Inspecteur een verlies aangemerkt als houdsterverlies. Alle vier hadden zij echter gedurende minder dan 90% van hun desbetreffende boekjaren daadwerkelijk een deelneming op de balans staan. In drie gevallen ging het om een periode voorafgaand aan de verwerving van een deelneming; in één geval ging het om een periode na de ontbinding en vereffening van een deelneming. Geschil: In geschil is (i) of het voorbereiden of afwikkelen van het houden van deelnemingen onder het begrip ‘feitelijke werkzaamheid bestaande uit het houden van deelnemingen’ valt en (ii) of perioden waarin géén feitelijke werkzaamheden zijn verricht buiten beschouwing moeten blijven bij de 90%-tijdtoets. De Rechtbank meent dat voorbereidende werkzaamheden niet onder het ‘houden van deelnemingen’ vallen. De belanghebbenden voldoen bij grammaticale interpretatie van art. 20(4) Wet Vpb niet aan het criterium dat zij gedurende tenminste 90% van het jaar nagenoeg uitsluitend houdster van deelnemingen waren. Doel en strekking van de wet leiden er volgens de Rechtbank evenmin toe dat de verliezen als houdsterverliezen moet worden aangemerkt. Ook het Hof legt art. 20(4) Wet Vpb naar zijn tekst uit. Perioden van non-activiteit vallen niet onder ‘het houden van deelnemingen’. De tekst van art. 20(4) Wet Vpb laat onvoldoende ruimte om voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door een derde buiten de periode van houdsterschap onder ‘het houden van deelnemingen’ te begrijpen. Het Hof ziet onvoldoende aanknopingspunt voor de opvatting dat de 90%-tijdeis slechts zou gelden als naast houdsteractiviteiten ook andere feitelijke activiteiten worden ontplooid. Cassatiemiddel Staatssecretaris: Het Hof heeft ten onrechte geoordeeld dat de door de belanghebbenden geleden verliezen niet kunnen worden aangemerkt als houdsterverlies omdat (i) voorbereiding en afwikkeling van het houden van deelnemingen onlosmakelijk zijn verbonden aan verwerving c.q. liquidatie van een deelneming, zodat zij, gezien doel en strekking van de regeling, als ‘het houden van deelnemingen’ moeten gelden; en (ii) perioden zonder enige feitelijke werkzaamheid buiten beschouwing moeten blijven bij de toepassing van het ‘nagenoeg het gehele jaar’-criterium, omdat voor de kwalificatie als houdsterverlies van belang is of en in hoeverre een verlies ontstaan is uit een feitelijke werkzaamheid. A-G Wattel constateert dat uit de parlementaire geschiedenis volgt: - dat bij de beoordeling of de feitelijke werkzaamheden nagenoeg geheel bestaan uit het houden van deelnemingen in elk geval van belang zijn: (i) de tijdsbesteding van de werknemers, (ii) de samenstelling van de commerciële winst en (iii) de samenstelling van de activa en passiva op de commerciële balans, en - dat als algemene leidraad bij de activiteitentoets geldt dat het gaat om de vraag of sprake is van een (vrijwel) zuivere houdster- en financieringsmaatschappij. Daarvan uitgaande, zouden ook voorbereidende en afwikkelende werkzaamheden buiten de feitelijke houdsterschapsperiode/financiersperiode - ook die van derden - kunnen vallen onder ‘feitelijke werkzaamheden die bestaan uit het houden van deelnemingen.’ Bij die uitleg zou in de drie te berechten gevallen waarin pas in de loop van het boekjaar een deelneming werd verworden, verwijzing moeten volgen om te doen onderzoeken of (derden in opdracht van) de belanghebbenden vóór de verwerving deelnemingsvoorbereidende werkzaamheden hebben verricht en gedurende welk deel van het boekjaar. In het vierde geval zou bij die uitleg het eerste middelonderdeel reeds falen omdat vast staat dat die belanghebbende na 16 september geen (afwikkelings)werkzaamheden meer heeft verricht. Bezigheden slechts bestaande uit het in stand houden van de vennootschap kunnen ingevolge HR BNB 2011/244 niet worden aangemerkt als ‘het houden van deelnemingen’. Praktisch lijkt de A-G die uitleg echter ondoenlijk en verdient zijns inziens de maatstaf die de feitenrechters hebben gebruikt de voorkeur: de feitelijke werkzaamheid ‘het houden van deelnemingen’ doet zich alleen voor als daadwerkelijk een deelneming gehouden wordt. Hij acht middelonderdeel I (ook) daarom ongegrond. De duidelijke tekst van art. 20(4) Wet Vpb (juncto art. 7(4) Wet Vpb), de onduidelijke ratio van het criterium ‘nagenoeg het gehele jaar’, het gegeven dat ook kosten van inactiviteit (orgaankosten) onder de regeling vallen en het onsystematische en budgettaire karakter van de regeling laten volgens de A-G niet toe enige teleologische interpretatie van dat criterium in de plaats te stellen van zijn duidelijke tekst, zodat de feitelijke werkzaamheden gedurende 90% van het gehele boekjaar geheel of nagenoeg geheel moeten hebben bestaan uit het houden van deelnemingen, en niet slechts gedurende 90% van de som van die delen van het boekjaar waarin überhaupt feitelijk werkzaamheden zijn verricht. Ook het tweede middelonderdeel acht hij daarom ongegrond. Conclusie: cassatieberoepen ongegrond.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
