ECLI:NL:PHR:2014:2129
Parket bij de Hoge Raad · 30-09-2014 · zaaknummer 14/00339
Inhoudsindicatie
1. Aanwezigheidsrecht. 2. “toebehorende aan”, art. 321 Sr. Ad 1. o.m. o.g.v. een “ID-staat SKDB” in het dossier moet worden aangenomen dat in het p-v ttz. a.g.v. een kennelijke misslag is opgenomen dat verdachte was gedetineerd. Ad 2. Zonder miskenning van de uitdrukking “toebehorende aan” heeft het Hof uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden dat verdachte zich het in de bewezenverklaring genoemde (totale) geldbedrag heeft toegeëigend terwijl dat geld aan X toebehoorde. Daarbij neemt de HR in aanmerking dat het Hof kennelijk heeft geoordeeld dat verdachte dit geldbedrag slechts ontving teneinde daarmee de door hem bestelde goederen te betalen en dat, nu hij die betaling niet heeft verricht, sprake is gebleven van een onlosmakelijke samenhang tussen het in dit bedrag begrepen, niet gespecificeerde provisiedeel en de rest van dit bedrag. Een en ander brengt mee dat het totale geldbedrag in de bewezenverklaring kon worden betrokken,
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
