ECLI:NL:PHR:2014:1962
Parket bij de Hoge Raad · 04-11-2014 · zaaknummer 14/04181
Inhoudsindicatie
Cassatie in het belang der wet. Door de OvJ kan gelet op art. 406 Sv niet afzonderlijk h.b. worden ingesteld tegen de beslissing waarbij een namens verdachte ttz.gedaan verzoek tot opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis (VH) door de Rb is toegewezen, ook niet als deze beslissing - ten onrechte - in de vorm van een beschikking is gegeven. Het afzonderlijk minuteren van een ttz. mondeling gegeven en in het proces-verbaal aangetekende beslissing tot schorsing of opheffing van de VH is in de praktijk gebruikelijk en wordt wenselijk geacht. Geen rechtsregel verzet zich daartegen. Zo een schriftelijke vastlegging kan niet worden aangemerkt als een beschikking a.b.i. art. 138 Sv.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
