Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2014:1844

Parket bij de Hoge Raad · 23-09-2014 · zaaknummer 13/04067

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 15-10-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Belanghebbende drijft een Chinees-Indisch restaurant en is administratieplichtig. Hij maakt gebruik van een geautomatiseerd bestellingen- en afrekensysteem (hierna: bestelcomputer). Van de in de bestelcomputer ingebrachte gegevens worden bewaard: datum bestelling, tijdstip verkoop, totaal bedrag bestelling en de betaalwijze. Wel ingebracht maar niet bewaard worden: menunummer, omschrijving menu, aantallen bestelling, prijs per artikel, keukenbonnen, nummer ober, tafelnummer, afrekening per ober en correctieboekingen (hierna: detailgegevens). De Inspecteur stelt zich op het standpunt dat de administratie van belanghebbende in alle onderhavige jaren moet worden verworpen omdat bij de controles van de Arbeidsinspectie is geconstateerd dat personeel in het restaurant (de keuken) heeft gewerkt dat niet in de loonadministratie is opgenomen. Verder stelt de Inspecteur dat belanghebbende een relevant deel van de administratie niet heeft bewaard. In dat kader wijst de Inspecteur erop dat belanghebbende niet de detailgegevens per bestelling heeft bewaard. Het Hof heeft overwogen dat aard en omvang van de geconstateerde tekortkomingen bij relatief kort na elkaar uitgevoerde controles meebrengen dat belanghebbende in de betreffende periode niet voldaan heeft aan de eisen die artikel 52 AWR stelt aan een (loon)administratie. Het Hof acht het, gelet op de tijdstippen van de controles van de Arbeidsinspectie (in maart en tweemaal in november 2007) aannemelijk dat deze gebreken in de (loon)administratie gedurende heel 2007 bestonden. Dat betekent dat voor het jaar 2007 op grond van artikel 27e, aanhef en onder b, AWR, omkering en verzwaring van de bewijslast geldt. Voor verdere extrapolatie van deze conclusie naar de jaren 2006 en eerder bestaan naar het oordeel van het Hof geen aanwijzingen. Het Hof is van oordeel dat ook anderszins geen aanleiding bestaat artikel 27e, aanhef en onder b, AWR toe te passen naar tijdvakken gelegen vóór 1 januari 2007. Het Hof verwijst hiervoor naar de uitspraak in de gelijktijdig behandelde zaak met rolnummers 12/00544 t/m 12/00548. De Staatssecretaris betoogt in cassatie dat het Hof ten onrechte de bewijslast alleen voor het tijdvak 2007 heeft omgekeerd en niet voor de overige tijdvakken. Het middel richt zich met name tegen het oordeel in de uitspraak van het Hof in de gelijktijdig behandelde zaak met rolnummers 12/00544 t/m 12/00548 waarnaar het Hof verwijst en waartegen de Staatssecretaris eveneens beroep in cassatie heeft ingesteld (nr. Hoge Raad 13/04127). A-G Niessen overweegt dat het oordeel van het Hof dat geen aanwijzingen bestaan voor een verdere extrapolatie van de conclusie dat op grond van de geconstateerde gebreken in de loonadministratie (op basis van de controles van de Arbeidsinspectie) voor het jaar 2007 op grond van artikel 27e, aanhef en onder b, AWR, omkering en verzwaring van de bewijslast geldt naar de jaren 2006 en eerder niet in het middel wordt bestreden. De A-G overweegt voorts dat, zoals de Staatssecretaris in de toelichting op het middel ook aangeeft, het middel zich dan ook richt tegen het oordeel van het Hof in de gelijktijdig behandelde zaak met rolnummers 12/00544 t/m 12/00548 waartegen de Staatssecretaris (ook) beroep in cassatie heeft ingesteld. De A-G neemt heden eveneens conclusie naar aanleiding van het vorenbedoelde cassatieberoep van de Staatssecretaris tegen het oordeel van het Hof in de gelijktijdig behandelde zaak met rolnummers 12/00544 t/m 12/00548. In deze conclusie, waarnaar kortheidshalve wordt verwezen, betoogt de A-G dat het beroep in cassatie ongegrond dient te worden verklaard. Omdat het onderhavige beroep in cassatie van de Staatssecretaris zich tegen hetzelfde oordeel van het Hof richt, kan het middel dan ook niet slagen. Ook belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld en daarin een aantal motiveringsklachten aangevoerd. Deze klachten falen volgens de A-G. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende en dat van de Staatssecretaris ongegrond dienen te worden verklaard.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.