ECLI:NL:PHR:2013:BY7892
Parket bij de Hoge Raad · 22-01-2013 · zaaknummer 11/01313
Inhoudsindicatie
Salduz-verweer. De HR herhaalt de toepasselijke overweging uit HR LJN BH3079. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte t.z.v. het feit waarover hij bij de politie een verklaring heeft afgelegd niet was aangehouden, maar dat hem op dat moment u.a.h. zijn vrijheid was ontnomen. Daaraan heeft het Hof de conclusie verbonden dat de in HR LJN BH3079 geformuleerde regel niet van toepassing is. Dat oordeel is onjuist. Een u.a.h. gedetineerde verdachte t.a.v. wie de verdenking is gerezen van een nieuw strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, bevindt zich wat betreft de bedoelde regel in een met een aanhouding vergelijkbare situatie (vgl. HR LJN BW9264). In aanmerking genomen dat ingevolge art. 67.1.b Sv voor het feit ter zake waarvan verdachte door de politie werd verhoord een bevel tot voorlopige hechtenis kan worden gegeven, had het Hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of verdachte is gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat voorafgaande aan dat verhoor en of hem de gelegenheid is geboden van dat recht gebruik te maken dan wel of hij daarvan ondubbelzinnig afstand heeft gedaan. Nu het Hof dat heeft nagelaten, is de verwerping van het verweer ontoereikend gemotiveerd.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
