ECLI:NL:PHR:2013:903
Parket bij de Hoge Raad · 20-08-2013 · zaaknummer 11/05201
Inhoudsindicatie
Feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Art. 246 Sr. Verhouding ‘feitelijkheden’ en ‘ontuchtige handelingen’. De in het middel vervatte opvatting dat de bewezenverklaarde ‘feitelijkheden’, te weten de arm op de rug van het slo. leggen en onverhoeds haar borsten aanraken, niet tevens dezelfde handelingen kunnen betreffen als de bewezenverklaarde ‘ontuchtige handelingen’ v.zv. bestaande uit het met de hand aanraken van de borsten en de rug van het slo., is niet juist. Het Hof heeft zonder blijk te geven van een onjuiste opvatting omtrent die begrippen a.b.i. art. 246 Sr kunnen oordelen dat door het dwingende en onverhoedse karakter van eerstbedoelde handelingen verdachte gedwongen is geweest de ontuchtige handelingen te dulden.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
