ECLI:NL:PHR:2013:768
Parket bij de Hoge Raad · 17-06-2013 · zaaknummer 12/03772
Inhoudsindicatie
Belanghebbende verzorgt sinds jaar en dag de administratie voor diverse scholen. Tot 2009 kon zij gebruik maken van de zogenoemde koepelvrijstelling van artikel 11, lid 1, onderdeel u, van de Wet op de omzetbelasting 1968. Vanaf 2009 is dat niet meer mogelijk en is belanghebbende – kort gezegd – een deel van de door haar begrote kosten zonder winstopslag gaan doorbelasten aan de bij haar aangesloten scholen. Dat geschiedde op basis van een verdeelsleutel die is neergelegd in een daartoe opgestelde, maar niet ondertekende, concept kostenverdelingsovereenkomst. De scholen kunnen, net als voordien, gebruik maken van diverse pakketten die belanghebbende aanbiedt (financiële administratie, salarisadministratie, of combinaties). Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de bedragen die zij aan de scholen berekent de omslag vormen van voor gemeenschappelijke rekening gemaakte kosten, en dat zij daarom ter zake geen omzetbelasting is verschuldigd. Rechtbank Haarlem en Hof Amsterdam (hierna: het Hof) hebben geoordeeld dat geen sprake is van kosten voor gemene rekening, maar van door belanghebbende verrichte diensten, waartegenover de (belaste) vergoedingen door de deelnemende scholen staan, althans dat belanghebbende niet heeft voldaan aan de op haar rustende bewijslast dat sprake is van kosten voor gemene rekening. Belanghebbende stelt in cassatie vier middelen voor tegen het oordeel van het Hof dat geen sprake is van kosten voor gemene rekening. In haar vijfde cassatiemiddel betoogt zij dat zo geen sprake is van kosten voor gemene rekening, haar dienstverlening als nauw met onderwijs samenhangende dienstverlening onder de (onderwijs)vrijstelling valt. A-G Van Hilten geeft aan dat op grond van de rechtspraak de omslag van voor gemeenschappelijke rekening gemaakte kosten buiten de heffing van omzetbelasting blijft. Van kosten voor gemene rekening in de hier bedoelde zin is, aldus de Hoge Raad in zijn arrest van 23 april 1997, nr. 32166, ECLI:NL:HR:1997:AA2154, BNB 1997/301 m.nt. Simons, sprake indien kosten worden gemaakt ten behoeve van verschillende ondernemers die in eerste instantie door een van hen worden betaald en voor het werkelijke bedrag volgens een tevoren vaststaande verdeelsleutel over de bedoelde ondernemers worden omgeslagen, terwijl het risico van die kosten allen volgens de overeengekomen verdeelsleutel aangaat. De A-G komt tot de slotsom dat in de onderhavige situatie weliswaar is voldaan aan een aantal voorwaarden om de doorbelasting van kosten als voor gemene rekening te kunnen aanmerken, maar dat niet alle voorwaarden voor een omzetbelastingloze doorberekening vervuld, althans bewezen vervuld zijn. Dat brengt met zich dat geen sprake is van de omslag van voor gemene rekening gemaakte kosten. De conclusie is dat de bedragen die belanghebbende aan de deelnemende scholen berekent, de vergoeding vormen voor door haar verrichte belaste prestaties. Dat betekent dat de eerste vier middelen falen. Ook het vijfde middel faalt. Het Hof heeft zijn oordeel dat geen sprake is van nauw met onderwijs samenhangende prestaties niet onvoldoende gemotiveerd. De conclusie strekt tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie van belanghebbende.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
