ECLI:NL:PHR:2013:54
Parket bij de Hoge Raad · 23-04-2013 · zaaknummer 12/04399
Inhoudsindicatie
Getuigenverzoeken. 1. Het ttz. gedane verzoek tot het horen van de getuige X is een verzoek tot het horen van getuigen a.b.i. art. 315 i.v.m. art. 328 Sv, zodat een uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek was vereist. Het p-v van de tz. in h.b. noch het bestreden arrest houdt een beslissing in op het verzoek tot het horen van X als getuige. Dat verzuim heeft ex art. 330 i.v.m. art. 415 Sv nietigheid tot gevolg. 2. Nu het ttz. gedane verzoek om Y als getuige te horen erop was gegrond dat deze persoon in het opsporingsonderzoek met stelligheid heeft verklaard aan welke gelaatskenmerken hij de in zijn verklaring bedoelde persoon heeft herkend, is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk dat het Hof heeft geoordeeld dat deze verklaring in zoverre als een “gemankeerde waarneming” moet worden aangemerkt en voor het overige aan het bewijs kan bijdragen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
