ECLI:NL:PHR:2013:2437
Parket bij de Hoge Raad · 03-12-2013 · zaaknummer 12/02234
Inhoudsindicatie
1. Art. 359.3 Sv, opgave van bewijsmiddelen. 2. Art. 326 Sr, oplichting, samenweefsel van verdichtsels. Ad 1. De verklaring van verdachte houdt niet in dat hij heeft erkend dat hij een valse naam heeft opgegeven en/of een valse hoedanigheid heeft aangenomen. Aangenomen moet worden dat de betreffende onderdelen t.g.v. een kennelijke vergissing in de bewezenverklaring zijn opgenomen. De HR leest de bewezenverklaring met herstel van deze misslag. Ad 2. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte leugenachtige mededelingen heeft gedaan aan X. Voor het antwoord op de vraag of uit die mededelingen kan worden afgeleid dat X door een samenweefsel van verdichtsels werd bewogen tot afgifte van het bewezenverklaarde geldbedrag, komt het aan op alle omstandigheden van het geval. Daartoe behoren o.m. de in ECLI:NL:HR:2011:BQ8600 genoemde omstandigheden. In aanmerking genomen dat de door verdachte aan X gedane mededelingen in meer dan één opzicht onjuist waren en dat het tot zekerheid afgeven van zijn rijbewijs een vertrouwenwekkende handeling is, geeft het oordeel van het Hof dat X door een samenweefsel van verdichtsels is bewogen tot de afgifte van het geldbedrag niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en het is ook niet onbegrijpelijk.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
