Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2013:1583

Parket bij de Hoge Raad · 25-11-2013 · zaaknummer 13/01870

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 05-12-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

A-G Van Hilten neemt voor de tweede keer in deze zaak conclusie. In de eerste cassatieprocedure moest de Hoge Raad zich – heel kort gezegd – buigen over de vraag of belanghebbende zich terecht beriep op een bindende tariefinlichting die was afgegeven aan een aan belanghebbende gelieerde vennootschap in het Verenigd Koninkrijk. De Hoge Raad twijfelde en besloot prejudiciële vragen te stellen. Het Hof van Justitie (hierna: HvJ) beantwoordde deze vragen in zijn arrest van 7 april 2011, Sony Supply Chain Solutions (Europe), C-153/10, BNB 2012/203 m.nt. Van Casteren. In zijn arrest verklaarde het HvJ voor recht dat de aangever die in eigen naam en voor eigen rekening douaneaangiften doet, zich niet kan beroepen op een bindende tariefinlichting waarvan een gelieerde vennootschap de rechthebbende is, ook al zijn die aangiften in opdracht van de gelieerde vennootschap gedaan. Bovendien, zo oordeelde het HvJ, kan een nationaal beleidsbesluit op grond waarvan de nationale autoriteiten zich voor de tariefindeling van aangegeven goederen kunnen baseren op een aan een derde voor dezelfde goederen verstrekte bindende tariefinlichting, bij importeurs geen gewettigd vertrouwen wekken dat zij zich met succes op dat besluit mogen beroepen. Op 20 april 2012 wees de Hoge Raad in deze zin arrest, en verwees hij de zaak terug naar het Hof voor de behandeling van het niet eerder behandelde geschilpunt betreffende de tariefindeling van de ingevoerde spelconsole. Vanwege de aanvankelijke honorering van het bij belanghebbende gewekte vertrouwen was het Hof niet toegekomen aan de indeling van de spelconsole. Belanghebbende heeft in de periode november 2000 tot en mei 2001 zeven maandaangiften gedaan voor het in het vrije verkeer brengen van [de PS2] (hierna: PS2 of spelconsole). De PS2 is daarbij telkens ingedeeld in tariefpostonderverdeling 9504 10 00 van de Gecombineerde Nomenclatuur (hierna: GN). Deze postonderverdeling luidt: ‘videospellen, van de soort gebruikt met een televisieontvanger’. Belanghebbende heeft tegen de ter zake uitgereikte uitnodigingen tot betaling bezwaar gemaakt, zich op het standpunt stellende dat de PS2 moet worden ingedeeld in tariefpost 8471 49 90 van de GN (automatische gegevensverwerkende machines) In de uitspraak na verwijzing kwam het Hof tot het oordeel dat de spelconsole moet worden ingedeeld in tariefpostonderverdeling 9504 10 00 van de GN. In deze conclusie bespreekt A-G Van Hilten allereerst het gemeenschappelijk douanetarief en de plaats daarin van de gecombineerde nomenclatuur en het geharmoniseerd systeem (hierna ook: GS). Daarbij komen ook de zogenoemde algemene indelingsregels aan de orde en de – belangrijkste – jurisprudentie van het HvJ over interpretatie van deze regels. Vervolgens bespreekt zij tariefposten 8471 en 9504 en de aantekeningen en toelichtingen daarop. Na een bespreking van de in de onderhavige zaak relevante tariefposten gaat de A-G in op de Europese en mondiale perikelen rondom de indeling van de onderhavige spelconsole, deze barstten overigens pas los ná de in geding zijnde importen. A-G Van Hilten merkt op dat noch in tariefpost 9504 van de GN, noch in toelichtingen of aantekeningen op die tariefpost is vermeld wat moet worden verstaan onder ‘videospellen’. Het enige dat uit de bewoordingen van de post volgt, is dat het moet gaan om videospellen ‘van de soort gebruikt met een televisieontvanger’. Het komt de A-G voor dat in de bewoordingen ‘videospel’ een bestemming inherent is: het moet gaan om een product om videospellen mee te spelen. Die bestemming lijkt haar een criterium waarmee een videospel-apparaat zich onderscheidt van bijvoorbeeld een computer. Gezien de vaststaande feiten meent de A-G dat het Hof voldoende en niet onbegrijpelijk heeft gemotiveerd dat dat de PS2 de objectieve kenmerken en eigenschappen bezit van een product dat bestemd is om voor het spelen van videospellen te worden gebruikt, en daarmee een product is dat onder tariefpost 9504 10 00 van de GN kan worden ingedeeld. De omstandigheid dat op de PS2 ook audio-CD’s en video-DVD’s kunnen worden afgespeeld maakt dit niet anders, nu deze functionaliteit niet meer is dan een bijkomende gebruiksmogelijkheid. A-G Van Hilten geeft aan dat vorenstaande niet wegneemt dat de PS2 ook een automatische gegevensverwerkende machine is in de zin van (aantekening 5A) bij hoofdstuk 84 van de GN. Deze omstandigheid doet haars inziens echter niet af aan de indeling van de PS2 in tariefpost 9504 nu aantekening 1, onder p, op afdeling XVI (waartoe hoofdstuk 84 behoort) bepaalt dat afdeling XVI niet artikelen van hoofdstuk 95 omvat. De omstandigheid dat in de GS-toelichting op post 9504 is vermeld dat machines en toestellen die beantwoorden aan de bepalingen van aantekening 5A op hoofdstuk 84, niet onder post 9504 vallen, maakt dit niet anders. Toelichtingen zijn immers niet meer dan hulpmiddelen bij de indeling en moeten terzijde worden geschoven indien zij strijdig zijn met de bewoordingen van de posten of de aantekeningen daarop. A-G Van Hilten komt daarmee tot de slotsom dat de PS2 met toepassing van de algemene indelingsregels 1 en 6 moet worden ingedeeld in tariefpost 9504 van de GN. Het Hof heeft de spelcomputer terecht in tariefpostonderverdeling 9504 10 00 ingedeeld. A-G Van Hilten adviseert het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond te verklaren.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.