ECLI:NL:PHR:2012:BY0249
Parket bij de Hoge Raad · 20-11-2012 · zaaknummer 11/02510
Inhoudsindicatie
Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik van 30 november 2004 (Stcrt. 2005, 17, p. 12). Het kennelijke oordeel van het Hof dat de door de verdediging betrokken stelling dat uit het dossier niet blijkt dat twee voorschriften van de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik van 30 november 2004 zijn nageleefd, niet kan meebrengen dat verdachte een door strafvermindering te compenseren nadeel heeft ondervonden, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat door de verdediging niet a.d.h.v. de in art. 359a.2 Sv genoemde factoren is gemotiveerd dat, waarom en in hoeverre de verdachte door het gestelde niet-naleven van deze voorschriften - die er in het bijzonder toe strekken te bevorderen dat aangevers en slachtoffers van de delicten waarop de Aanwijzing betrekking heeft zorgvuldig en met de vereiste specifieke deskundigheid zullen worden bejegend - daadwerkelijk in zijn verdedigingsrechten is geschaad of is getroffen in belangen die deze voorschriften beogen te beschermen. Conclusie AG: anders.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
