ECLI:NL:PHR:2012:BW9266
Parket bij de Hoge Raad · 06-11-2012 · zaaknummer 10/04365
Inhoudsindicatie
Jeugdzaak. Ontvankelijkheid OM in de vervolging. Art. 31.1 Vluchtelingenverdrag. De HR geeft voorafgaande beschouwing m.b.t. het beroep van een vreemdeling op zijn vluchtelingenstatus, bescherming van art. 31 Vluchtelingenverdrag, en bewijslast en ontvankelijkheid OM in de vervolging (onder verwijzing naar HR LJN BI1325 en HR LJN BO2915). De HR verstaat ’s Hofs overwegingen aldus dat het Hof op de gronden die zijn vermeld in de beschikking van de IND tot het oordeel is gekomen dat verdachte niet de bescherming geniet van art. 31 Vluchtelingenverdrag. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk. Voor verdere toetsing is in cassatie geen plaats. Uitgaande van de vaststelling dat verdachte niet de bescherming geniet van art. 31 Vluchtelingenverdrag, heeft het Hof het beroep op de niet-ontvankelijkheid van het OM in de vervolging verworpen op gronden die deze verwerping kunnen dragen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
