ECLI:NL:PHR:2012:BW8781
Parket bij de Hoge Raad · 11-09-2012 · zaaknummer 11/02548 B
Inhoudsindicatie
Beschikking. Zonder instemming van klaagster horen van getuigen door één van de raadsheren als Rh-C die nadien als raadsheer aan de behandeling in r.k. heeft deelgenomen. Artt. 21.1 en 21.4 Sv en 316.2 Sv. Uit art. 21.1 en 21.4 Sv, in samenhang beschouwd, volgt dat art. 316 Sv ook bij de behandeling in raadkamer van een klaagschrift als het onderhavige van toepassing is. O.g.v. art. 316.2 Sv was het Hof bevoegd om met instemming van het OM en klaagster de voorzitter of een der raadsheren die over het klaagschrift oordeelden, als Rh-C aan te wijzen met het oog op het horen van getuigen of deskundigen. Deze kon vervolgens - behoudens het in art. 316.2 Sv genoemde geval - aan de verdere behandeling van het klaagschrift blijven deelnemen. HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN BX4295 inhoudende dat redelijke wetsuitleg meebrengt dat genoemde instemming stilzwijgend kan worden gegeven en dat zij kan worden afgeleid uit de proceshouding die partijen hebben aangenomen na de aanwijzing van de R-C. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat na de aanwijzing van de Rh-C namens klaagster opgave is gedaan van de te horen getuigen en de raadsvrouwe van klaagster die verhoren heeft bijgewoond klaagt het middel tevergeefs dat de behandeling van het klaagschrift aan nietigheid lijdt.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
