Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2012:BU8737

Parket bij de Hoge Raad · 30-10-2012 · zaaknummer 11/00048 B

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag, art. 552a Sv. 1. Ambtshalve onderzoek? 2. Verwerping verweer. 3. Maatstaven. Ad 1. De opvatting dat de beklagrechter ambtshalve dient te onderzoeken of bij de beslagleggingen "de formaliteiten" in acht zijn genomen en in de beschikking daarvan moet blijk geven vindt geen steun in het recht. Ad 2. Indien in een klaagschrift a.b.i. in art. 552a Sv de teruggave van een inbeslaggenomen voorwerp wordt verzocht met een beroep op f&o op grond waarvan de beslaglegging zelve onrechtmatig moet worden geacht, zal de rechter moeten onderzoeken of hij de feitelijke grondslag van dat beklag voldoende aannemelijk acht en of die onregelmatigheid bij de beslaglegging tot gegrondverklaring van het klaagschrift dient te leiden. De rechter mag in zo een geval de last tot het aannemelijk maken van die feitelijke grondslag niet uitsluitend op de klager leggen. De stelling van de verdediging dat "de beslagleggingen" onrechtmatig zijn omdat de daarvoor geldende "formaliteiten niet in acht zijn genomen" is enkel gebaseerd op de omstandigheid dat het dossier waarover de Rb de beschikking heeft niet alle beslagstukken bevat, zodat niet kan worden beoordeeld of bij de beslagleggingen de formaliteiten in acht zijn genomen. Blijkens het verhandelde in raadkamer heeft de raadsman van de klagers zich ertegen verzet dat de Rb zou kennisnemen van het dossier dat zich t.t.v. de behandeling van het klaagschrift bij de RC bevond i.h.k.v. de behandeling van de strafzaak. Gelet op deze proceshouding van de klagers en in aanmerking genomen dat de klagers, die - naast de in de beschikking genoemde op het beslag betrekking hebbende stukken - de beschikking hadden over stukken van het dossier in de strafzaak, geen relevante, de specifieke beslagleggingen betreffende f&o hebben aangevoerd, is het kennelijke oordeel van de Rb dat zij, bij gebreke van (voldoende) feitelijke grondslag, aan dat verweer kon voorbijgaan, niet onbegrijpelijk. Ad 3. De Rb heeft de aan te leggen maatstaven van art. 94a en art. 94 Sv niet miskend.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.