Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2012:BU7371

Parket bij de Hoge Raad · 30-10-2012 · zaaknummer 11/00191 B

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag. 1. Onvolledig (raadkamer)dossier? 2. Maatstaf. 3. Verhouding waarde beslag en mogelijke hoogte van de betalingsverplichting. 4. Art. 74 AWR en art. 36e Sr. Ad 1. HR herhaalt HR LJN AU4086 m.b.t. de toepasselijkheid van art. 6 EVRM op de raadkamerprocedure. Klager is door het na sluiting van het onderzoek in RK door de RB inwinnen van informatie bij de RC over de door hem verleende machtiging tot het instellen van een SFO redelijkerwijze niet getroffen in zodanig, door de beginselen van een behoorlijke procesorde beschermd belang m.b.t. het onderzoek in RK naar de rechtmatigheid van het ex art. 94a Sv gelegde beslag, dat dit tot nietigheid van het onderzoek in raadkamer en derhalve van de bestreden beschikking zou dienen te leiden. Ad 2. HR herhaalt HR LJN BL2823 m.b.t. de aan te leggen maatstaf. De Rb heeft de juiste maatstaf toegepast. Voor zover wordt geklaagd dat de Rb niet heeft overwogen dat zij het in HR LJN BL2823 bedoelde onderzoek heeft verricht kan het middel niet tot cassatie leiden bij gebrek aan belang. De Rb heeft vastgesteld dat de RC op vordering van de OvJ een machtiging heeft verleend voor het instellen van een SFO. Daarin ligt besloten dat voldaan is aan de in art. 126.1 Sv gestelde eis dat verdenking is gerezen van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd. Uit de aan de HR ex art. 447.2 Sv gezonden stukken blijkt voorts dat het gaat om verdenking van valsheid in geschrift, witwassen en deelneming aan een criminele organisatie. Voor die misdrijven kan een geldboete van de vijfde categorie worden opgelegd. Ad 3. Het oordeel van de Rb dat niet hoogst onwaarschijnlijk is dat w.v.v. zal worden ontnomen voor een bedrag dat de gezamenlijke waarde van de vordering en de contante geldbedragen zal ontstijgen, behoefde geen nadere motivering, in aanmerking genomen dat het onderzoek in raadkamer summier is en dat in de beklagprocedure slechts een voorlopige schatting kan worden gemaakt van het w.v.v. en voorts geen omstandigheden zijn aangevoerd die tot een nader onderzoek noopten. Ad 4. De opvatting van het middel dat ingevolge art. 74 AWR art. 36e Sr geen toepassing vindt op de feiten ter zake waarvan jegens de klaagster verdenking is gerezen is onjuist. Art. 74 AWR ziet alleen op bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten. Conclusie AG: anders.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.