ECLI:NL:PHR:2011:BQ5780
Parket bij de Hoge Raad · 05-07-2011 · zaaknummer 09/04196
Inhoudsindicatie
Vordering b.p. Art. 51b (oud) en art. 421 (oud) Sv, art. 1:253i BW. In aanmerking genomen dat uit het p.v. van de tz. van de Rb blijkt dat de advocaat van de b.p. opgave heeft gedaan van de t.b.v. de minderjarige dochter van de b.p. gevorderde schadevergoeding, geeft het oordeel van het Hof dat de b.p. zich mede als wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige dochter als b.p. in het geding in e.a. heeft gevoegd, geen blijk van een onjuiste opvatting omtrent art. 51b (oud) Sv. ’s Hofs oordeel dat de b.p., die het bedrag van haar oorspronkelijke vordering heeft gehandhaafd, zich ook in h.b. mede als wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige dochter als b.p. in het geding heeft gevoegd, geeft evenmin blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
