ECLI:NL:PHR:2011:BQ2483
Parket bij de Hoge Raad · 31-05-2011 · zaaknummer 10/01357 B
Inhoudsindicatie
Conservatoir beslag onder een derde. Art. 94a.3 Sv. HR stelt voorop dat ingeval een beslag is gelegd a.b.i. art. 94a Sv en een derde - als zodanig kan ook gelden degene onder wie het beslag feitelijk is gelegd, maar tegen wie het strafrechtelijk onderzoek niet is gericht - die stelt eigenaar te zijn, op de voet van art. 552a Sv een klaagschrift heeft ingediend, de rechter als maatstaf dient aan te leggen of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat de klager als eigenaar van het voorwerp moet worden aangemerkt en daarvan in zijn beslissing blijk te geven. Indien de klager als eigenaar wordt aangemerkt, zal de rechter tevens moeten onderzoeken en daarvan blijk moeten geven of zich de situatie van art. 94a.3 of 94a.4 Sv voordoet (vgl. HR LJN BL2823). Gelet op het voorgaande en in aanmerking genomen dat de Rechtbank heeft vastgesteld dat de klaagster in gemeenschap van goederen is gehuwd met degene aan wie wederrechtelijk voordeel kan worden ontnomen - en zij derhalve mede-eigenaren zijn van het in conservatoir beslag genomen onroerend goed - geeft het oordeel van de Rechtbank, dat het klaagschrift gegrond is omdat niet is voldaan aan de eisen van art. 94a.3 Sv, blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
