ECLI:NL:PHR:2011:BP1079
Parket bij de Hoge Raad · 18-03-2011 · zaaknummer 09/04111
Inhoudsindicatie
Huur woonruimte; verzoek tot medehuurderschap (art. 7:267 BW) althans tot voortzetting voor onbepaalde tijd op de voet van art. 7:268 lid 2 BW; gebrek aan belang door ontruiming krachtens kortgedingvonnis? Dat tenuitvoerlegging kortgedingvonnis gevolgen heeft die bezwaarlijk ongedaan gemaakt kunnen worden, staat niet in de weg aan toewijzing vorderingen. Andersluidend oordeel hof is onjuist. Gelet op tekst, strekking en wetsgeschiedenis art. 7:268 lid 2 BW brengt enkele omstandigheid dat ‘samenwoner’ ten tijde van overlijden huurder reeds kortere of langere tijd geen gemeenschappelijke huishouding meer voerde met huurder omdat laatstgenoemde wegens ziekte of hulpbehoevendheid moest worden opgenomen in een ziekenhuis of zorgcentrum, niet mee dat vordering op grond van art. 7:268 lid 2 moet worden afgewezen. Rechter zal in een dergelijk geval aan de hand van de omstandigheden van het geval moeten beoordelen of ‘samenwoner’ bescherming verdient.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
