ECLI:NL:PHR:2010:BM2452
Parket bij de Hoge Raad · 13-07-2010 · zaaknummer 08/02788
Inhoudsindicatie
Bewijsminimum art. 342.2 Sv (unus testis, nullus testis). Zedenzaak. HR herhaalt de relevante overwegingen t.a.v. het bewijsminimum van art. 342.2 Sv uit HR LJN BK2094. De HR merkt nog op dat het bij de in cassatie aan te leggen toets of aan dat bewijsminimum is voldaan, van belang kan zijn of de feitenrechter zijn oordeel dat dat het geval is, nader heeft gemotiveerd. I.c. is ’s Hofs kennelijke oordeel dat het bewijs dat verdachte het tlg-de heeft begaan niet alleen kan worden aangenomen o.g.v. hetgeen het s.o. heeft verklaard maar dat de door haar gereleveerde f&o voldoende steun vinden in ander gebezigd bewijsmateriaal, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. Aangezien ‘s Hofs nadere motivering betrekking heeft op de betrouwbaarheid van de verklaring van het s.o., draagt die motivering niet bij aan ’s Hofs kennelijke oordeel dat hetgeen zij heeft verklaard, voldoende steun vindt in de overige bewijsmiddelen. De bewezenverklaring is ontoereikend gemotiveerd.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
