ECLI:NL:PHR:2010:BL3144
Parket bij de Hoge Raad · 20-04-2010 · zaaknummer 10/00324 CW
Inhoudsindicatie
Cassatie in het belang der wet. Artt. 71, 80, 86 en 87 Sv. Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. O.g.v. art. 86 Sv is de rechter die hetzij in e.a. hetzij in hb over de voorlopige hechtenis beslist, bevoegd om op vordering van het OM, op verzoek van verdachte of ambtshalve de voorlopige hechtenis te schorsen. Die bevoegdheid tot schorsing van de voorlopige hechtenis komt dus aan het hof niet alleen toe wanneer het is geroepen te beslissen inzake de voorlopige hechtenis nadat appel is ingesteld in de strafzaak zelve, maar tevens, naar volgt uit de wetsgeschiedenis, wanneer o.g.v. art. 71 Sv hb is ingesteld tegen een bevel tot gevangenhouding of gevangenneming. Uit de wetsgeschiedenis blijkt voorts dat het hof bevoegd is de voorlopige hechtenis te schorsen wanneer het o.g.v. art. 87.2 Sv in hb oordeelt omtrent de afwijzing van een verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
