Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2010:BL2854

Parket bij de Hoge Raad · 13-07-2010 · zaaknummer 08/05143

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid OM. Vervolging ongewenst verklaarde vreemdeling. De woorden “op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenst vreemdeling verklaard” i.d.z.v. art. 197 Sr dienen aldus te worden verstaan dat daarvan geen sprake kan zijn indien de ongewenstverklaring in strijd is met rechtstreeks werkende bepalingen van EG-recht. Bij een strafrechtelijke vervolging t.z.v. art. 197 Sr dient de rechter dus in voorkomende gevallen te onderzoeken of de ongewenstverklaring in strijd is met rechtstreeks werkende bepalingen van EG-recht alsmede, indien t.z. verweer is gevoerd, van dat onderzoek doen blijken en gemotiveerd op dat verweer te beslissen. Dat geldt ook indien tegen de desbetreffende beschikking een met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat of heeft opengestaan en verdachte van deze rechtsgang geen gebruik heeft gemaakt. Voor een veroordeling is immers vereist dat komt vast te staan dat de ongewenstverklaring berust op enig wettelijk voorschrift. In het geval dat verdachte de bestuursrechtelijke rechtsgang heeft gevolgd geldt i.v.m. een behoorlijke taakverdeling tussen de straf- en bestuursrechter en met het oog op het voorkomen van tegenstrijdige uitspraken, dat de strafrechter dient uit te gaan van een onherroepelijke beslissing van de bestuursrechter omtrent de beschikking ongewenstverklaring. Onder bijz. omstandigheden kan aanleiding bestaan hierop een uitzondering te maken en daarvan is sprake indien de ongewenstverklaring evident in strijd is met het recht van de EG. I.c. geeft ’s Hofs oordeel dat de bepalingen van Europees recht de lidstaten de vrijheid geven tot ongewenstverklaring, indien dat gerechtvaardigd is uit hoofde van de openbare orde en dat de ongewenstverklaring niet dermate onbegrijpelijk is dat de formele rechtskracht daarvan wordt doorkruist, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, i.h.b. niet van art. 3.1 en 2 van Richtlijn 64/221/EEG en evenmin van art. 27.2 van Richtlijn 2004/38/EG. Nu het t.a.v verdachte gevoerde vreemdelingenbeleid niet in strijd is met het recht, staat geen rechtsregel eraan in de weg dat hij t.z.v. overtreding van dat beleid zoals hem dat is tlgd, strafrechtelijk wordt gevolgd.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.