ECLI:NL:PHR:2010:BK9252
Parket bij de Hoge Raad · 23-03-2010 · zaaknummer 08/04637
Inhoudsindicatie
OM-cassatie en cassatie verdachte. Hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de Wet van 6 december 2007, Stb. 2007, 500 ( Wet voorwaardelijke invrijheidstelling) Middel OM: HR stelt voorop enerzijds dat geen rechtsregel eraan in de weg staat dat de rechter bij de strafoplegging rekening houdt met de manier waarop de op te leggen straf zal worden ten uitvoer gelegd, de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling daaronder begrepen, en anderzijds dat niet enige regel de rechter voorschrijft daarmee wel rekening te houden. De keuze van factoren die voor de strafoplegging van belang zijn te achten, is immers voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt, terwijl die keuze geen motivering behoeft. ’s Hofs overweging moet aldus worden verstaan dat het Hof daarmee als zijn niet onbegrijpelijke oordeel tot uitdrukking heeft gebracht dat de tenuitvoerlegging van de straf a.g.v. de Wet voorwaardelijke invrijheidstelling voor verdachte meer bezwarend is dan onder de vervallen regeling van de vervroegde invrijheidstelling het geval zou zijn geweest.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
