Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:PHR:2008:BA8218

Parket bij de Hoge Raad · 10-10-2008 · zaaknummer 43777

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Conclusie PG Meestbegunstiging c.q. Community preference; EG-recht brengt niet mee dat Nederland een bij bilateraal belastingverdrag voor Braziliaanse rente aan zijn inwoners toegekend tax sparing credit ook moet toekennen voor Spaanse rente. De belanghebbende maakt deel uit van de X groep. De naar Spaans recht opgerichte en in Spanje gevestigde E S.A. is de tophoudster die alle aandelen in de belanghebbende houdt. Het handelsregister omschrijft belanghebbendes bedrijf als: "Houdster- en financieringsmaatschappij". De belanghebbende heeft in 2002 en 2003 respectievelijk € 194.390.000 en € 203.883.000 aan rente ontvangen van haar moeder E S.A. In geschil is of het EG-recht meebrengt dat Nederland een bij bilateraal belastingverdrag voor Braziliaanse rente aan zijn inwoners toegekend tax sparing credit ook moet toekennen voor Spaanse rente. Dezelfde (soort) vraag is mede aan de orde in de zaken 43.507 en 43.619, waarin ik heden eveneens concludeer. Ik concludeer op basis van de arresten van het HvJ EG in de zaken C-376/03, D. v. Inspecteur, en C-374/04, Test Claimants in Class IV of the ACT Group Litigation, waarin geen EG-rechtelijke verplichting tot belastingverdragsrechtelijke meestbegunstiging werd aangenomen, tot ontkennende beantwoording van de gestelde vraag. Anders dan de belanghebbende betoogt, kan het litigieuze tax sparing credit niet worden gezien als eenzijdige fiscale ontwikkelingshulp die slechts uit doelmatigheidsoverwegingen in het belastingverdrag met Brazilië is ondergebracht en los zou staan van de rest van het verdrag. Uit de toelichtende nota bij het belastingverdrag met Brazilië en uit de notitie Algemeen fiscaal verdragsbeleid van 3 december 1987 blijkt dat het tax sparing credit geen vreemde eend in de verdragsbijt is, maar is gebaseerd op bilaterale en soms harde onderhandelingen over belastingjurisdictieverdeling. Daardoor luidt ook ontkennend het antwoord op de vraag of het EG-rechtelijke effectiviteitsbeginsel in casu meebrengt dat de belanghebbende aanspraak heeft op volledige vergoeding van haar proceskosten. Conclusie: ongegrondverklaring.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.